Santo Spirito

We lopen nu richting het westen naar de Santo Spirito, ook een werk van de hand van Brunelleschi. De Augustijnen wilden al sinds 1397 een nieuwe kerk. De oude kerk voldeed niet meer: was klein en wel erg ouderwets. Naar verluidt hebben de monniken ruim veertig jaar lang elke dag één maaltijd per dag overgeslagen om geld te sparen voor hun kerk. Vasari beschrijft hoe na rijp beraad in ca. 1434 werd besloten om Filippo Brunelleschi in te schakelen en: ‘[…] werd er iemand naar Filippo gestuurd om te vragen of hij een model wilde maken, voorzien van alle mogelijke nuttige en achtenswaardige zaken passend voor een christelijk godshuis [..]’

Santo Spirito Piazza Florence
foto:  Дмитрий Мозжухин
Santo Spirito Piazza Bell tower Florence
foto’s: Rufus46 en koepel: Lucas Aless

De Campanile


Bij het ontwerp dat Filippo Brunelleschi maakte, was hij niet meer zoals bij de San Lorenzo gebonden aan wat een andere architect al deels had gebouwd. Dit keer was Filippo redelijk vrij in zijn ontwerp. Dit verklaart waarom zijn biograaf Manetti schrijft dat Brunelleschi ‘een kerk maakte die overeenkwam met zijn ideeën.’ Rond 1435 is de bouw begonnen, waarbij de oude kerk nog zo lang mogelijk gespaard werd, de mis moest immers wel door kunnen gaan. Aan de noordzijde bij de apsis werd begonnen met de fundering. De bouw kwam door de oorlog tegen Luca en de slag bij Anghiari, zeven jaar stil te liggen. Op vijf april 1446, tien dagen voordat Filippo stierf, is de eerste zuil betaald aldus de bronnen. Deze zuil werd echter pas acht jaar later opgericht. Tussen 1460 en 1470 werden de armen rond de viering gebouwd. De koepel is naar het model van Brunelleschi in 1481 voltooid, hoewel er later nog wel enkele veranderingen bij de koepel zijn aangebracht. Hierna werd de bouw voltooid met een gevel.

Santo Spirito

Santo Spirito facade Florence
Wikipedia

De Santo Spirito: een kerk zonder de fouten van de San Lorenzo

Santo Spirito Brunelleschi Florence
foto: Lucarelli

Santo Spirito       Inzoomen

Santo Spirito: nave Brunelleschi Florence
foto: Smarthistory en zoom: Rufus 46

De eerder besproken fouten in de San Lorenzo kon Brunelleschi nu voorkomen. Wat dit betreft is een vergelijking tussen de Santo Spirito en de San Lorenzo verhelderend. Hier nog maar even kort een herhaling en opsomming van de gebreken van de San Lorenzo: een basiliek waarvan de pijlers al door de prior Dolfini waren gebouwd voordat Brunelleschi bij de bouw betrokken werd:

  • de ronduit lelijke aansluiting van de kapellen in de zijbeuken bij het schip en die in de transeptarm. Kapellen die elkaar deels overlappen.
  • de donkere koepel die slecht geproportioneerd is in verhouding tot de rest van het bouwlichaam. Bovendien steekt de koepel aan de buitenzijde niet mooi uit.
  • de hoogte waarop de zuilen in het schip zijn geplaatst, is veel lager dan de pilasters die bij de achterwand van de zijbeuk te vinden zijn. Vasari schrijft hierover als een bouwwerk dat iets kreupels heeft. Twee ‘benen’ die ongelijk zijn.(Klik hier: naar beneden scrollen).

Transept en schip

Al deze fouten probeerde Filippo Brunelleschi in zijn Santo Spirito te voorkomen. Zo zorgt Filippo er nu wel voor dat de aansluiting van de transeptarmen op de lengtearm, het schip, wel harmonieus wordt. In de Santo Spirito zijn geen kapellen te zien die elkaar overlappen. Filippo lost onder meer de aansluiting op door van een basiliek met een transept tegelijkertijd ook een centraalbouw te maken. Als je de plattegrond bekijkt, zie je in feite een Grieks kruis, waarvan alleen één van de vier armen verlengd is met zeven traveeën. Als je deze zeven traveeën wegdenkt, blijft er een volmaakt Grieks kruis rondom een viering met een koepel over. Zo gezien is er zelfs in het geheel geen transept. Klik hier voor de plattegrond van het oorspronkelijke ontwerp van Brunelleschi. Alle kapellen zijn gelijk, althans optisch. De twee zijkapellen die aan elkaar grenzen bij de overgang van de zijbeuken bij het schip naar het transept, ogen net als alle andere kapellen, maar toch is dit niet het geval. Alle kapellen hebben de vorm van een halve cirkel gekregen, maar dit nu is niet het geval bij de acht kapellen op de overgang van de lengte- en de dwarsarm. Deze kapellen hebben bij nadere beschouwing een onregelmatige vorm en toch zie je dit op het eerste en zelfs tweede blik niet echt. Het dilemma voor elke architect is dat het in een kerk met een transept niet mogelijk is om alle kapellen gelijkvormig te maken. Er bleef voor Brunelleschi dus weinig anders over dan de verschillen zo goed en zo kwaad als mogelijk te verdonkeremanen.

Dit lukte hem wonderwel, althans wat het interieur betreft, door een uitgekiende zuil te gebruiken: op de hoek aan de voorzijde waar de twee kapellen van het schip en de dwarsarm elkaar raken, is een driekwart zuil geplaatst. Als je in het transept of in de zijbeuk bij het schip staat, oogt deze driekwart zuil gelijk aan de andere zuilen van de zijkapellen namelijk als een halve zuil. Hierdoor lijken deze kapellen op elkaar en valt het niet op dat ze een onregelmatige vorm hebben. De twee muurvlakken van de kapellen die op de hoeken rondom de viering op elkaar botsten, hebben een onregelmatige dikte. Het muurvlak tussen de beide hoekkapellen heeft een vreemde kromming (klik hier voor een tekening van de muurvlakken). Op het dunste punt heeft de muur een doorsnede van maar vijftien centimeter. Wat Brunelleschi natuurlijk niet kon verbergen was de manier waarop de twee ramen van de kapellen bijeenkomen. De twee vensters botsen in de hoek op elkaar in tegenstelling tot de andere vensters die op regelmatige afstand van elkaar zijn gezet. Dit is echter alleen aan de buitenzijde van de kerk te zien waar het transept en de lengtearm elkaar raken. Brunelleschi koos natuurlijk voor een mooi en harmonieus interieur en de lelijke hoek van de twee vensters aan de buitenzijde was voor hem een kleiner kwaad dat hij maar op de koop toenam.

Santo Spirito two windows Brunelleschi Florence
foto: Bas Haasakker

In Florence werd dan wel gezegd dat mensen gelijk waren, maar dit was natuurlijk niet meer dan een mythe. Zo hadden de Medici in de San Lorenzo veel kapellen in handen en natuurlijk ook de grootste en mooiste: de koorkapel. Dit geldt trouwens ook voor de familie Tornabuoni die de kapel achter het altaar in de Santa Maria Novella had weten te bemachtigen. Deze kapel zullen we nog bezoeken als we de frescocyclus van Ghirlandaio bekijken. Nu kwam Brunelleschi opeens met het idee van echte gelijkheid: alle kapellen in de kerk moesten identiek worden. De rijke families die in deze wijk, de Santo Spirito, woonden betaalden flink voor de rechten op een kapel. Natuurlijk moet hier net als elders in de stad een behoorlijke rivaliteit zijn geweest om de grootste kapel te bemachtigen. Daar het ontwerp van Brunelleschi geaccepteerd werd, was de enige mogelijkheid om een wat betere kapel te krijgen: een kapel dicht bij de viering waar het altaar stond. Dit waren van oudsher al zeer gewilde kapellen en dus de duurste.

De vieringskoepel van de Santo Spirito

Een gebrekkige koepel zoals die in de San Lorenzo was makkelijker te voorkomen dan de gebrekkige aansluitingen van de zijkapellen op de transeptkapellen. De koepel geeft in de Santo Spirito wel voldoende licht en is goed geproportioneerd in tegenstelling tot de koepel van de San Lorenzo. Bij de aanzet van de koepel zijn twaalf ronde vensters aangebracht zoals we al gezien hebben in de Oude Sacristie en de Pazzi-kapel.

Bij de San Lorenzo had de prior Dolfini de pijlers bij de viering te smal gemaakt om een koepel die Brunelleschi per se wilde bouwen, te kunnen dragen. Met kunst en vliegwerk had Filippo deze vieringspijlers verstevigd door er aan alle zijden nog gecanneleerde pilasters aan toe te voegen. Bij de Santo Spirito was Brunelleschi vrij om pijlers te maken die een flinke vouwkoepel konden dragen. De pijlers in de Santo Spirito zijn twee braccia dik (ca. 1,17 meter), die in de San Lorenzo 1, 5 braccio. Een ander groot voordeel van de koepel van de Santo Spirito is dat hij duidelijk uitsteekt boven het zadeldak van de kerk. In de zestiende eeuw is er nog een lantaarn en een tweede buitenste schaal aan de koepel toegevoegd.

Santo Spirito aisle Brunelleschi Florence
foto: scottgunn

Zijbeuk

Het gebrek van zuilen zonder sokkel en de verschillende hoogtes van de twee benen in de San Lorenzo (zuilen schip en de halve pilasters bij de wand van de zijbeuken) waardoor aldus Vasari het ‘hele bouwwerk iets kreupels’ heeft, wordt in de Santo Spirito natuurlijk niet herhaald. De halve zuilen bij de zijbeuken en de hele zuilen in het schip worden op gelijke hoogte gezet. De zuilen zijn, en dat was een imperatief voor Filippo, natuurlijk monolieten. Er zijn echter nog wel twee verschillen tussen ‘de benen’. De halve zuil is niet echt een monoliet, maar bestaat uit twee delen. Bovendien hebben de halve zuilen geen entasis zoals de zuilen die de scheibogen dragen. Natuurlijk werden de Korinthische zuilen, de orde die Brunelleschi bij voorkeur toepaste, op een Attisch basement gezet. Dit gebeurde geheel overeenkomstig de klassieke regels waaronder de juiste verhoudingen van de twee torussen (bolle ringen) en de trochilus (de holle ring tussen de twee bolle).

De viering als module in de Santo Spirito en de San Lorenzo

Santo Spirito

Santo Spirito: nave Brunelleschi Florence
foto: Randy Connolly

Ondanks de verschillen tussen de San Lorenzo en de Santo Spirito gebruikte Filippo in beide kerken het systeem van evenwichtige verhoudingen (symmetria) zoals Vitruvius dit beschreven had. In beide kerken is de viering als moduul (Smarthistory) gebruikt en hier zijn de andere delen van afgeleid. Zo is een travee van het schip precies de helft van die van de viering. De zijbeuk is weer de helft van de travee van het schip dus 1/4 van de viering. De zijkapel is weer de helft van de zijbeuktraveeën en 1/8 van de viering. In de vloeren van beide kerken wordt de omtrek van elke travee nauwkeurig door de belijning in het marmer aangegeven. Toch is juist hier een duidelijk verschil te zien. In de San Lorenzo lopen de lijnen in de vloer naast de plint van de zuil -anders geformuleerd de ruimte van de basementen hoort niet bij de travee- terwijl in de vloer van de Santo Spirito de gekleurde marmerstrepen precies naar het midden van de zuilen lopen. Hier heeft Brunelleschi dus de ruimte van de traveeën vanuit het hart van de zuilen berekend. Precies zoals dit bij het intercolumnium volgens de Griekse regels gebruikelijk was (Wikipedia: intercolumnium).

San Lorenzo floor pattern Florence

Bij de loggia van het Ospedale gebruikte Brunelleschi zoals eerder beschreven twee systemen door elkaar: het geometrische systeem en het klassieke systeem dat uitgaat van de doorsnede van de zuil. Dit leidt onvermijdelijk tot conflicten en onvolmaaktheden. Giuliano da Sangallo (links) die de Santo Spirito uitgebreid bestudeerd had, ontdekte zulke onvolkomenheden tot zijn grote verbazing ook in deze kerk. Sangallo zou later nog de sacristie in de Santo Spirito bouwen. Als je in het schip staat en naar de rij bogen kijkt die door de Corinthische zuilen gedragen wordt, doet zich op het einde van de reeks arcaden een probleem voor. Elke zuil in de scheiboog draagt twee bogen die precies in het midden van het impostblok bij elkaar komen. Bij de pijler van de viering is niet één, maar een halve zuil geplaatst. Dit is natuurlijk niet meer dan logisch. Elke travee van de scheibogen moet immers gelijk zijn. Maar juist bij het einde van de scheiboog bij de pijler en de halve zuil ontstaat een onvermijdelijk conflict dat zich onmogelijk laat oplossen. De keus voor een halve zuil ligt voor de hand om symmetrie bij elke travee in de scheibogen te krijgen. Bovendien is het niet meer dan logisch om indien één zuil twee bogen draagt een halve zuil voor één boog te gebruiken.

Santo Spirito: transept Florence

Het probleem is echter dat de afstand van de travee tussen de pijler met een halve zuil en de volgende met een hele zuil kleiner wordt dan de afstand van andere traveeën in de scheibogen met twee hele zuilen. De afstanden tussen de hele zuilen bedraagt elf braccia, maar de ruimte tussen de halve zuil bij de vieringpijler en de volgende hele zuil meet één braccio minder. De consequentie van dit verschil is dat de laatste boog in de scheibogen, precies voor de viering, korter is en dit is te zien ook: weg symmetrie. Dit is een onoplosbaar dilemma. Hier botsen twee principes van de Renaissance op elkaar die zich niet altijd met elkaar laten verenigen namelijk: symmetrie en een consequent modulair systeem (gebruik van de viering als module zoals hierboven beschreven).

Zowel Manetti als Vasari laten zich in lovende bewoordingen uit over deze kerk van Filippo Brunelleschi. De oude gebreken van de San Lorenzo had Filippo immers in deze kerk vermeden. Vasari merkt wel op dat indien de kerk naar het oorspronkelijke model van Brunelleschi zou zijn gebouwd dan

[…] zou dit gebouw thans [Vasari schrijft dit anno 1568] het meest volmaakte godshuis van de christenheid zijn: immers zoals het er nu staat, is het bekoorlijker en beter ingedeeld dan welk ander ook, hoewel men het oorspronkelijke model niet is blijven volgen, wat men kan zien aan bepaalde exterieure facetten die niet met het plan van het interieur overeenstemmen, zoals de deuren en de omlijstingen der ramen, die niet naar Filippo’s model lijken te zijn gemaakt.’ Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I blz. 189-190 (oorspronkelijke uitgave 1568).

Halfronde kapellen

De eerste drie halfronde kapellen (kathedral Orvieto en halfronde kapel exterieur en interieur) die gebouwd zijn, aan het einde van het rechtertransept (oostzijde) staken uit het bouwlichaam. Filippo wilde bij het exterieur geen rechte muur zoals die nu te zien is, maar een golvende wand met halfronde uitstekende kapel wanden.

Kapel van Capponi      Rooster van Bernardo Rossellino
Web Gallery of Art

Na de bouw van de eerste drie kapellen en de dood van Brunelleschi in 1446 heeft men hier toch maar van afgezien (ontwerp Brunelleschi en plattegrond). Vermoedelijk vanwege een aantal praktische redenen:

  • De belangrijkste is waarschijnlijk dat de halfronde kapellen toch vrij beperkte ruimte hadden om de doden te begraven. Een rechte buitenmuur geeft toch nog wat extra ruimte. Zo is uit bronnen bekend dat de kleinzoon van Neri di Gino Capponi toestemming kreeg om de ronde muur aan de binnenzijde door te breken zodat hij in de tussenruimte tot aan de rechte buitenmuur nog ruimte voor een graf had. Capponi moest hierna wel de muur herstellen. Het was Bernardo Rossellino die met een traliewerk deze doorbraak herstelde.
  • De bouw zou niet alleen veel geld kosten, een rechte muur is heel wat goedkoper.
  • De nissen waar de halfronde muren bijeen komen, zijn moeilijk te onderhouden en vangen veel straatvuil om nog maar te zwijgen van de uitwerpselen van duiven en ander gevogelte.
Santo Spirito: Chapel of Capponi
foto’s: Hench Hsu en rooster: Sailko

De facade van de Santo Spirito

Piazza Santo Spirito       Santo Spirito

Piazza Santo Spirito Florence
foto’s: Kar en Santo Spirito: Erik Parker

Er is een felle en langdurige discussie geweest, die goed gedocumenteerd is over hoe de gevel er nu precies uit moest komen te zien. Op elf maart 1482 werd er een bijeenkomst gehouden waarbij een beslissing genomen moest worden over de façade. Het ging in feite om twee opties voor de deuren in de gevel:

  • een brede en hoge deur in het midden bij het schip, geflankeerd door twee kleinere deuren die elk bij de zijbeuken geplaatst zouden worden.
  • vier gelijke deuren.
Santo Spirito: facade three doors  Florence

In het eerste geval wordt de lengteas van de basiliek sterk benadrukt, zoals je dit ook zo sterk ervaart als je de andere kerk van Brunelleschi, de San Lorenzo, binnengaat. Bij vier gelijke deuren is er geen as meer. Geen enkele deur ligt dan immers meer op één lijn met het altaar dat precies in het midden van de viering onder de koepel staat. Van de vier bouwmeesters op de vergadering van elf maart 1482 sprak alleen de zoon van Lorenzo Ghiberti, Vittore, zich uit voor een gevel met vier deuren. De anderen kozen voor drie deuren. Zij gaven hierbij de maten van breedte en hoogte van de deuren: twaalf bij zes braccia voor de grote middelste deur en andere twee acht bij vier braccia. Een mooie verhouding van één staat tot twee en wat in de muziek een octaaf wordt genoemd. De mening van de drie bouwmeesters was echter niet doorslaggevend. De beslissing lag zo gevoelig dat de Signoria zich ermee ging bemoeien. In maart 1483 werd besloten om een gevel met drie deuren te bouwen. Toch werd al een jaar later de bouw stilgelegd en werden de metselaars ontslagen.

Santo Spirito: facade Florence
foto: Dick Pountain

Facade van de Santo Spirito

In mei 1486 wordt uiteindelijk de knoop doorgehakt. De Operai had tweeënzestig mensen, waaronder gewaardeerde architecten en bouwmeesters, uit alle wijken van de stad aangewezen om een beslissing te nemen. Op deze vergadering stelde Antonio Canigiani voor om twee modellen van de gevel te maken: één met drie en de andere met vier deuren. Bovendien merkte ene Maestro Lodovico nog op dat hij gehoord had, dat Brunelleschi vier deuren had gepland. Na veel gesoebat, kregen alle stemgerechtigden een zwarte en een witte boon. Nu kon de stemming echt beginnen. Er werd eerst gestemd voor of tegen een façade met drie deuren. Dertig stemden voor de drie deuren en zeventien tegen. Bij de stemming over de gevel met vier deuren bleken er zes zwarte en dertig witte bonen gebruikt te zijn. Dit betekende dat slechts zes voor de vier deuren hadden gestemd en dertig tegen. Het voorstel van Antonio Canigiani om eerst twee modellen te maken werd met zevenentwintig tegen twintig verworpen.

Het model dat Brunelleschi van de Santo Spirito had laten maken, had aldus Saalman vier deuren. Wat dit betreft had Lodovico het gelijk aan zijn kant. De tekening van Giuliano da Sangallo die de Santo Spirito nauwkeurig had bestudeerd laat ook vier deuren zien. Sangallo was trouwens zeer verbaasd toen hij ontdekte dat de laatste boog in het schip voor de pijler korter was dan de andere bogen.

Een plein voor de Santo Spirito met zicht op de Arno
Giovanni Stradano ‘Piazza Santo Spirito’ ca. 1560

Niet alleen de gevel en het exterieur werden niet uitgevoerd zoals Brunelleschi dit gewild had, maar dit gold ook voor de ligging en het geplande plein.151 Manetti en Vasari gaan beiden hierop in. De monniken stuurden iemand naar Filippo

‘[…] om te vragen of hij een model wilde maken, voorzien van alle mogelijke nuttige en achtenswaardige zaken passend voor een christelijk godshuis; Filippo dan drong erop aan dat de plattegrond van het kerkgebouw precies andersom zou komen te liggen, want het was zijn vurige wens dat het plein tot aan de Arno zou reiken, zodat alle reizigers uit Genua en van de Riviera, van de Lunigiana en uit de gebieden van Pisa en Lucca, daar langs zouden komen en konden zien wat een heerlijk bouwwerk het was; maar bepaalde lieden zinde dit niet, want dan zouden hun huizen tegen de vlakte moeten, vandaar dat aan Filippo’s wens geen gevolg werd gegeven.’ Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel. I, blz. 189 

Het huis van de biograaf van Brunelleschi, Manetti, lag ook aan de Via del Fondaccio, maar wel richting de San Frediano zodat zijn huis niet hoefde te worden afgebroken. Ook als het grootse plan van Filippo met zijn plein tot aan de Arno zou worden uitgevoerd, zou dit misschien het enthousiasme van hem voor het plan van Brunelleschi kunnen verklaren? Wat Brunelleschi wel lukte bij de kapellen (gelijke kapellen voor alle families), mislukte bij dit plan. Gelijke kapellen is nog daaraan toe, maar complete huizen afbreken en nog wel van de rijken met veel invloed, was een stap te ver.

Campanile      Inzoomen

De gevel werd op dezelfde plek gebouwd als waar de oude middeleeuwse kerk had gestaan. Het al bestaande Piazza werd niet veranderd. In 1600 tenslotte bouwde ene Baccio d’Agnolo nog een campanile.

Santo Spirito: Tosini ‘Madonna with Child and saints
foto: Dick Pountain

Tosini ‘Maria met kind en heiligen’ 1520 1577

Een bezoek aan deze kerk is ook wat betreft de vele originele altaarstukken die nog op de oorspronkelijk plek hangen, meer dan de moeite waard zoals onder meer het Nerli altaarstuk van Filippino Lippi.

Filippino Lippi ‘Maria met Catharina van Alexandrië en Martinus van Tours’

Santo Spirito: Filippino Lippi 'Madonna with St. Catherine of Alexandria and St. Martin of Tours'
Wikipedia

Michelangelo ‘Kruisbeeld’ in situ

Santo Spirito: Michelangelo 'Crucifix' Florence

De sacristie (Wikipedia) is ook een aanrader (linkerzijbeuk als je de kerk binnenkomt en dan in het midden). Hier is een houten kruisbeeld van Michelangelo te bewonderen dat hij aan de prior, Bichiellini, van de Santo Spirito gaf. In dit klooster heeft Michelangelo als jonge knaap anatomie gepleegd iets waarmee Bichiellini heeft ingestemd.

Santo Spirito: Michelangelo 'Crucifix'
foto: John Cox

Michelangelo ‘Kruisbeeld’      Jezus

“Het bord aan het kruis bevat Jezus’ beschuldiging, geschreven in het Hebreeuws, Grieks en Latijn. De tekst vertaalt zich als ‘Jezus van Nazareth, Koning der Joden‘. Alle evangelisten nemen deze inscriptie op, die enigszins varieert tussen hen. Hier gaf de kunstenaar de voorkeur aan de weergave uit het Evangelie van Johannes (Johannes 19:19). Ook aanwezig is de speerwond toegebracht aan de zijde van Jezus door een Romeinse soldaat. Zijn bloed is hier te zien dat druppelt uit de wond aan zijn rechterzijde.”in Hebrew, Greek and Latin. Geciteerd en vertaald uit: Wikipedia.

Vervolg Florence dag 2: Pitti en de Boboli-tuinen