San Giorgio dei Greci en Scuola di San Giorgio degli

Rio San Lorenzo Campanile San Giorgio dei Greci           Rio Greci en Campanile

foto’s: Wolfgang Modorer; Rio Greci: Lucas Aless

Rio Greci

foto: Hyppolyte de Saint-Rambert

Rio Greci      Hek      Kerk

Op onze route ligt nog een Griekse kerk: de S. Greci, die we eerst zullen bezoeken. Deze 16e eeuwse kerk, de San Giorgio dei Greci ligt aan de Rio dei Greci en is de hoofdzetel van de Griekse broederschap. In Venetië woonden vele volkeren: Grieken, Byzantijnen, Dalmatiërs, Arabieren, Joden etc. Zulke gemeenschappen hadden vaak hun eigen kerken en scuole. Voor we deze kerk, die goed verscholen ligt, binnengaan, kun je de scheefgezakte campanile nog zien. 

foto’s: Jakub Halun; hek: TracyElaine; Dimitris Kamaras

Ingang San Giovanni dei Greci

foto: Dimitris Kamaras
foto schip: Dimitris Kamaras

Iconstasis       Schip

Het interieur geeft een prachtig inzicht in de wijze waarop de orthodoxe godsdienst mannen en vrouwen tijdens de dienst streng van elkaar gescheiden houdt. De priester verricht zijn rituelen achter de iconostase. Dit is een afscheiding tussen de gelovigen en de priesters en bevat zoals ook in deze kerk vaak prachtige iconen. Naast deze kerk is een klein museum waarin vele iconen te zien zijn (meer informatie: Wikipedia).

San Giorgio dei Greci       Inzoomen      Koepel

foto’s: dvdbramhall

Rio della Pietà en de Scuola Dalmata

We gaan de Ponte S. Antonin over en komen bij de eerste scuola die we bezoeken aan de Rio della Pietà. De scuola di San Giorgio degli Schiavoni ook wel de scuola Dalmata genoemd, is een kleine scuola waar de handelaren uit Dalmatië, het huidige Kroatië, bijeen kwamen. 

Vanaf de vroege middeleeuwen onderhield Venetië intense handelsrelaties met Dalmatië, die aanzienlijk versterkt werden toen Venetië in het begin van de 15e eeuw de volledige regio veroverde. Binnen de stad stonden Kroatische immigranten uit Dalmatië bekend als Schiavoni. Vrij vertaald uit Wikipedia

foto’s: Abxbay en Didier Descouens
foto’s: Remi Mathis; facade Sailko; zijkant: Dimitris Kamaras

Scuola di San Giorgio degli Schiavoni facade      Zijkant

Voor dit gebouw heeft Vittore Carpaccio tussen 1502 en 1508 een beroemde cyclus gemaakt bestaande uit negen schilderijen. Bij Web Gallery of Art zijn goede afbeeldingen van de gehele cyclus te vinden en bij Thais.it het interieur met mouseovers voor elk schilderij en vele details. Dit is zijn enige cyclus van de vijf nog bewaarde die ook nog op de oorspronkelijke plaats hangt. Het verhaal begint op de linkerwand met de H. Joris en gaat via de achterwand verder op de rechterwand. De verhalen en de heiligen die hier worden weergegeven zijn vooral de beschermheiligen van Dalmatië namelijk de H. Joris, H. Trifonus en de H. Hiëronymus. Met zijn gebruikelijke humor schildert Carpaccio de verhalen van deze heiligen.

Carpaccio is zo trefzeker dat er weinig kennis voor nodig is om het verhaal te lezen en te begrijpen. Oorspronkelijk hing de schilderijencyclus op de eerste etage, maar al in 1551, toen het gebouw gerestaureerd werd, zijn de schilderijen naar de begane grond verhuisd. Twee doeken behoren niet bij de cyclus namelijk de ‘Roeping van Matteüs’ en ‘Christus in de tuin van Getshema’ zodat de oorspronkelijke cyclus uit zeven schilderijen bestond.

Joseph Lindon Smith ‘The Critics: San Giorgio degli Schiavoni’ 1894

Museum of Fine Arts, Boston

Sint Joris en de draak
Virtueel bezoek aan de scuola

De verhalen komen uit de Legenda Aurea (1298; hier in een engelse vertaling te lezen) en zijn geschreven door bisschop Jacobus de Voragine uit Genua. De schilder wijkt wel af van het relaas van de Voragine. Het verhaal van de draak wordt in twee doeken verteld en in het derde doek op de linkerwand doopt Sint Joris de heidense koning en koningin. 

Vittore Carpaccio ‘Sint Joris en de draak’     Inzoomen      Prinses

foto’s: Amaury Laporte

In het eerste doek doorboort Joris de draak met zijn lans. In het tweede doek geeft hij de draak de definitieve dodelijke slag voor de ogen van de toeschouwers en de koning en de koningin, de ouders van onze prinses. Hiervan is ook een tekening bewaard gebleven (Uffizi).

Gedode lichamen en botten

Rond de draak op de grond zijn de resten van de buit van de draak te zien: aangevreten lichamen, botten en schedels waar het vlees al van afgegeten is door hagedissen, slangen en padden. Op de achtergrond is de stad te zien waar Sint Joris de gewonde draak naar toe zal sleuren. Tussen alle botten en schedels liggen de lijken van een jonge man en vrouw. Beiden zijn het slachtoffer van hun wellust. Zij hadden natuurlijk maagd moeten blijven tot aan hun huwelijk. De draak is net als de pad, het symbool van wellust.

foto’s: Amaury Laporte

Twee schepen

De prinses is volgens de Leganda Aurea een heidense Afrikaanse vrouw. Toch lijkt ze hier een Venetiaanse dame uit de tijd van Carpaccio. Zij draagt parels rond haar nek. Haar houding lijkt op een Maagdelijke Maria: handen gevouwen alsof ze bidt, terwijl zij de aankondiging aanhoort. Haar gezicht verraadt geen enkele angst en dat terwijl het tafereel dat zich voor haar ogen afspeelt nogal luguber is. De kroon die de prinses draagt, is typisch voor maagden en martelaressen. Achter haar een groene heuvel met twee slingerende paden naar boven: één naar de kerk en het andere naar een steile rots over een enge brug waar twee hutten staan. De paden des levens zijn moeilijk en kronkelig, maar de juiste weg leidt uiteindelijk naar de verlossing. Twee schepen één met de volle wind in de zeilen en het andere dobbert stuurloos op zee. Dit soort symbolen wordt vaak in een christelijke context gebruikt.


Terwijl dit werk zwanger van symboliek is, vervolgt de cyclus met het schilderij, het doden van de draak, waar geen enkele diepere betekenis in te ontdekken valt.

De triomf van Sint Joris (Joris doodt de draak)

De draak wordt meegevoerd met de gordel die de prinses om haar middel droeg een teken van maagdelijkheid. Alle bewoners kijken toe hoe Joris de dodelijk slag uitdeelt. Een diagonaal van de achterkant van de lans die doorloopt tot het einde van de staart van de draak versterkt het effect van de dodelijke stoot. Het oog volgt automatisch langs deze lijn. Sommige paarden, maar ook enkele toeschouwers vertrouwen het niet helemaal en zijn bang voor de draak.

Vittore Carpaccio ‘De Triomf van Sint Joris      Inzoomen      Voorstudie, Uffizi

Dit werk is volgens duidelijk perspectief opgebouwd en laat zich zo makkelijk lezen. Net als de Legenda Aurea gebruikt Joris de kuisheidsgordel of riem van de prinses om de draak mee over de grond te sleuren. Het ‘orkest’ begeleidt deze vreugdevolle gebeurtenis waarbij de stad Selene eindelijk van de draak wordt bevrijd. De rode gordel als teken van maagdelijkheid, die de prinses aan Joris gegeven moet hebben, wijst in de richting van een verloving en huwelijk..

De Baptism van de Selenieten

Maar helaas onze dappere christelijke ridder gaat verder hoewel hij eerst nog de inwoners van Selene doopt. In het aangrenzende schilderij wordt de doop door Joris van de koningin en koning getoond. Ook hier Oosterse elementen terwijl het decor toch wel degelijk Venetiaans is. In het middendeel van de Triomf van Joris heeft de architectuur veel weg van de tempel van Salomon zoals die bekend was van gravures uit het toenmalige boek van Reeuwich.

De eerste twee doeken zijn waarschijnlijk betaald door Paolo Valaresso, die aan deze scuola di San Giorgio degli Schiavonni ook een reliek van Sint Joris heeft gegeven. Deze reliek had hij op zijn beurt weer gekregen van de patriarch van Jeruzalem. Deze Paola Valaresso is kapitein geweest van het Venetiaanse fort in Morea op de Peloponnesos. Valaresso werd door Venetië gedwongen om niet te vechten tegen de Turken. Hij moest zeer tegen zijn zin in de stad overgeven aan de Ottomanen. Valaresso was ook een Dalmatiër. Joris is een ridder die strijdt voor God net als de kruisridders. De draak als symbool voor de Turken is vaak gebruikt. Zo is op de Ottomaanse vlag een draak afgebeeld. Kanonnen die ook de Turken gebruikten, werden altijd vuurspuwende draken genoemd. Hij heeft als opdrachtgever de hand gehad in de twee eerste doeken. Het onderwerp kan ook begrepen worden als de draak, de Turk, die door de Christelijke ridder gedood wordt.

Twee episoden uit het leven van de heilige Hiëronymus worden in de scuola di San Giorgione degli Schiavonni weergegeven. Ook dit verhaal komt uit de Legenda Aurea, maar ook nog uit een meer eigentijdse bron. Het verhaal getiteld: Leven, Dood, en Wonderen van de meest heilige Hiëronymus uit 1471 van Pietro de Natali. De kreupele leeuw komt achter onze heilige aangelopen bij een klooster in Bethlehem. Alleen de abt, Hiëronymus, begroet de leeuw. Hij lijkt niet zo goed te begrijpen waarom de anderen wegvluchten. De kop van de leeuw is vertrokken van pijn, want hij heeft een doorn in voorpoot. Onze heilige ving het beest liefdevol op en haalde de doorn eruit. Deze was hem eeuwig dankbaar en bleef als een ware schoothond aan zijn zijde.

Hieronymus en de leeuw

Uit het gezicht van Hiëronymus spreekt verbazing en teleurstelling dat zijn broeders wegrennen in plaats van hun christelijke plicht te vervullen. De monniken helpen de gewonde leeuw niet terwijl hij toch ook een schepsel van God is. De leeuw woont niet alleen in het klooster, maar leert zich ook te gedragen, natuurlijk christelijk. Het klooster is duidelijk in het Midden-Oosten gesitueerd rechts zijn mannen met tulband en palmbomen te zien. Wat doen deze heidense tulbanden in dit tafereel? Zij lopen richting kerk waarschijnlijk om zich te bekeren. Het zijn niet langer meer vijandige monsters en vervolgers van het christendom, maar boetelingen.

De overwinning op twee augustus 1502 -het jaar dat Vittore enkele doeken voor deze scuola voltooide zoals de twee over Hiëronymus- bracht een einde althans voor enige tijd aan de strijd tussen de Turken en het Christelijke westen. In de doeken over Sint Joris op de tegenoverliggende wand speelde dit thema ook al.

De begrafenis van Hieronymus

Het gebouw op de achtergrond van de dood van de heilige Hiëronymus lijkt op het klooster van de hospitaalbroeders in Venetië, terwijl de oude scuola, dus vóór de restauratie in 1551, ook te zien is en wel links in het beeldvlak met de uitstekende erker en de ronde ramen. Bij de begrafenis keert de leeuw ook weer terug zij het niet prominent, maar op de achtergrond. De leeuw lijkt net als in de Legenda Aurea zijn kop in de lucht te gooien en te brullen van verdriet.

Het schilderij, Augustinus in zijn studeervertrek,’ is wel het bekendste werk van Carpaccio (bij Wikipedia zijn vele details te zien). Een vraag over dit schilderij die vaak gesteld wordt is: waarom juist dit onderwerp in deze cyclus is opgenomen?

‘Augustinus in zijn studeerkamer’      In situ       Voorstudie

British Museum en More information see Wikipedia

Wat heeft Augustinus met de rest van het verhaal te maken? Er is een interessante these over: het onderwerp. Augustinus heeft wel degelijk met de twee andere schilderijen over de H. Hiëronymus te maken. In het werk van Augustinus, Het Leven, de Dood en de Wonderen van Augustinus, staat het verhaal dat Augustinus een verhandeling wilde schrijven over de vreugde van de gezegende zielen. Augustinus wilde hierbij het oordeel van Hiëronymus betrekken. Terwijl Augustinus een brief schrijft aan Hiëronymus waarin hij hem naar zijn oordeel vraagt, sterft Hiëronymus. Op het moment dat Augustinus aan het schrijven is, wordt hij verrast aldus het verhaal door een hemels en onnatuurlijk licht. Tegelijk met dit licht hoorde hij (visioen) -alsof hij zijn oor bij een schelp hield- de stem van Hiëronymus. Augustinus werd vermanend toegesproken dat hij niet de arrogantie moest hebben de vreugde van de verkozen zielen te beschrijven. Alleen zij die de eeuwigheid bereikt hadden, waren in staat om dit te begrijpen. 

De Dalmatische hond lijkt de stem te horen en het bovennatuurlijke licht te zien. Het verband is echter zeer ongebruikelijk en wel erg abstract voor de niet theologisch onderlegde toeschouwer. Verder heeft Augustinus op zich niets met de Dalmatiërs te maken. Bovendien heeft dit schilderij in tegenstelling tot alle andere schilderijen van deze cyclus geen exterieur, maar uitsluitend een interieur met één persoon. Het antwoord zou kunnen zijn dat de opdrachtgever van de cyclus een portret van zichzelf wilde en dat daarom voor de H. Augustinus als portret gekozen is. We zullen ter plekke bekijken en bespreken waarom juist dit schilderij zo kenmerkend is voor de Venetiaanse schilderschool.

Van Carpaccio is erg weinig bekend net als van Giovanni Bellini. Helaas heeft Venetië geen schrijver als Vasari gekend die alle roddels en wetenswaardigheden van grote kunstenaars opgeschreven heeft. Hij moet ongeveer tussen 1499 en 1523 in Venetië gewerkt hebben. Net als Bellini heeft ook Carpaccio de renaissance, die laat begon in Venetië, sterk aangepast.

We vervolgen onze weg naar het zuiden naar de San Zaccaria.

Vervolg Venetië dag 5: San Zaccaria en de San Giovanni in Bragora