Palazzo Rucellai

Op weg naar het  Palazzo Rucellai linksaf de Via della Vigna Nuova

Anoniem ‘Straatscène in Florence’ 1540 – 1560
Via della Vigna Nuova en Via del Parione

Anoniem ‘Straatscène in Florence’ 1540 – 1560 Rijksmuseum, Amsterdam
Rijksmuseum, Amsterdam

We vervolgen onze weg naar het westen. Niet ver van het Palazzo Strozzi ligt een heel ander paleis dat wel kenmerken bezit van de lange Florentijnse traditie, maar dat tegelijkertijd in menig opzicht uniek is voor deze stad.

Palazzo Rucellai Via della Vigna Nuova 18         Ingang

Palazzo Rucellai Via della Vigna Nuova 18 Alberti
foto’s: Steven Zucker en Benjamín Núñez González

In dit palazzo introduceerde hij voor het eerst pilasters die de gevel duidelijk ordenen.

Ionische orde

Het zijn de pilasters en de horizontale kordonlijsten die tevens als vensterbank dienen en de gevel helder indelen. De volgorde is gebaseerd op het Colosseum waar bij elke verdieping verschillende orden gebruikt zijn. Alberti past de Toscaanse orde op de begane grond toe en als laatste een orde die dicht in de buurt komt van de Corinthische orde. Op de eerste verdieping, de piano nobile, gebruikt hij niet wat je zou verwachten de Ionische orde, maar een vrije vertaling van wat veel lijkt op de Corinthische orde.

Palazzo Rucellai: Ionische orde
foto: Christopher L.C.E. Witcombe

Het is dus geen exacte herhaling van de Dorische, Ionische en Corinthische orde van het Colosseum, maar er zijn wel drie verschillende orden gebruikt.

Palazzo Rucellai

Palazzo Rucellai facade Alberti
foto: Steven Zucker

De rustica van de hele gevel is vlak en steekt even ver uit als de pilasters. Heel anders dan de ruwe uitstekende rustica die Michelozzo in het paleis voor de Medici gebruikte. Wat dit betreft houdt Alberti zich aan zijn eigen geschriften. ‘Een huis van de tirannen lijkt op een vesting, maar andere paleizen moeten moeiteloos toegankelijk zijn, mooi versierd zijn, fijn gearticuleerd worden en voornaam zijn in plaats van pronkvol en imposant’, aldus Alberti in zijn ‘De re Aedificatoria’ De rusticaplaten lijken qua grootte volstrekt willekeurig geordend. Voor het eerst en in overeenstemming met de klassieken, hebben de deuren niet een spitse (Davanzati) of bijna ronde boog (Palazzo Medici-Riccardi), maar een horizontale balk als afsluiting. De lijsten om de deuren worden aan de onderzijde in een hoek van negentig graden geknikt. Dit is geïnspireerd op de gevel van de San Miniato al Monte en het Baptisterium waar de architraaf ook is omgebogen.

Palazzo Rucellai facade detail
foto’s: teggelaar en model: Sailko

De laatste A       Model met acht traveeën

De gevel bestaat uit zeven traveeën, maar het was de bedoeling dat er rechts (oostzijde) nog één travee bij zou komen. Dit is nu nog goed te zien bij de aanzetten voor de bogen die nog wel gemaakt zijn. Helaas voor Giovanni wilde de buurman zijn huis niet verkopen. De twee traveeën bij de deuren zijn wat breder dan de anderen, waardoor monotonie voorkomen wordt. De ramen in de twee brede traveeën zijn wel hoger, maar niet breder. Wel is de boog rond deze twee vensters breder. De afwisseling van de traveeën laat zich als een ritme lezen van AABAABAA, de laatste A is nimmer gebouwd.

Het ruitvormige patroon bij de zitbanken is gebaseerd op het Romeinse metselwerk genaamd opus reticulatum.

Bank

Alberti gebruikt dit patroon uitsluitend als een versieringsmotief. Dit geldt trouwens ook voor de pilasters die alleen gebruikt worden als een middel om een zekere geleding aan te brengen. Wat Alberti niet wist was dat de Romeinen zo’n ruitvormig patroon niet als decoratie gebruikten, maar als een manier om beton te verstevigen.

Palazzo Rucellai facade zitbank Alberti
foto’s: Steven Zucker

De vensters van Alberti passen weliswaar in de Florentijnse traditie, maar er is echter ook een opmerkelijk verschil.

Palazzo Rucellai: raam venster Alberti
foto’s: Steven Zucker

Alberti’s windows

Bij de bifore ramen van het Palazzo Vecchio of het Palazzo Medici-Riccardi worden de bogen direct gesteund door zuiltjes. Dit nu was volgens Alberti niet volgens de klassieke regels. Brunelleschi dacht hier echter heel anders over zoals te zien is in zijn Ospedale degli Innocenti waar de bogen van de loggia wel direct door zuilen gedragen worden. Daarom koos Alberti voor een soort tussenoplossing waarbij tussen de zuilen en de boog een dwarsbalk gezet wordt. Dit type raam zal in Venetië nog buitengewoon populair worden. De architect Codussi paste dit soort ramen als eerste in de serenissima (de Republiek Venetië) toe in het Palazzo Vendramin-Calergi.

Op de tweede kordonlijst bij de ramen van de eerste verdieping zien we weer de bekende bolle zeilen (de zeilen van Fortuna) die we ook al bij de gevel van de Santa Maria Novella hebben gezien: een verwijzing naar het familiewapen. In de bogen bij de ramen en in de eerste kordonlijst (ringen en drie veren) zijn drie in elkaar verstrengelde ringen te zien, dit verwijst naar de Medici. Giovanni huwelijkte zijn eigen zoon uit aan de kleindochter van Cosimo de’Medici. Hijzelf was getrouwd met een vrouw van de rijke familie Strozzi.

De gevel is een doordachte en goed geordende eenheid. Dit is echter zeker niet het geval bij wat er zich achter de façade bevindt zoals op de plattegrond goed te zien is. Het palazzo bestaat uit meerdere huizen en van echte symmetrie is totaal geen sprake. Wel heel wat anders dan wat we hiervoor gezien hebben bij het Palazzo Strozzi. Dit kwam omdat Giovanni het oorspronkelijke pand van zijn vader geërfd had en pas later heel geleidelijk nog enkele belendende panden heeft kunnen aankopen. Het oorspronkelijke ontwerp ging waarschijnlijk nog uit van vijf traveeën, maar als Giovanni Rucellai in 1458 nog een aangrenzend huis weet op te kopen komen er twee traveeën bij. Helaas ging de aankoop van het volgende belendende pand niet door. Hierdoor blijft de loggia die tegenover het palazzo is gebouwd wat geïsoleerd staan ten opzichte van het paleis aan de andere kant van de Via della Vigna.

Loggia      Hoofdgestel      Zijkant      1880

Palazzo Rucellai: loggia Alberti
foto’s: Steven Zucker

In 1468 liet Giovanni Rucellai door Leon Battista Alberti de elegante Loggia Rucellai bouwen met drie bogen, aan de overkant van zijn paleis op de piazza die nu naar hem vernoemd is. In het zestiende-eeuwse waren er nog zesentwintig van dergelijke loggia’s in bezit van adellijke families die hun status hooghielden. Volgens de gewoonten van die periode werden deze loggia’s gebruikt voor het doorbrengen van zomeravonden, het houden van familiebijeenkomsten, het maken van huwelijks regelingen, het leggen van sociale contacten en het afhandelen van zaken. Een stuk land voor de loggia bood ruimte voor het organiseren van steekspelen of dansavonden, maar de voornaamste functie was het vieren van geboortes of huwelijken, en gezamenlijk rouwen bij overlijdens. Op die wijze kregen de inwoners van de stad de kans om deel te nemen aan de festiviteiten en vieringen van de beroemde families, die tijdens die gelegenheden voedsel en drank uitdeelden. Bron: Luc Verhuyck ‘Firenze Een Anekdotische reisgids’ Athenaeum-Polak&van Gennep Amsterdam 2006 blz. 186

Ondanks de hier bovengenoemde vernieuwingen is dit paleis net als de gevel van de Santa Maria Novella toch wel in lijn met de Florentijnse ‘klassieke traditie’. De rustica, de driedeling in de gevel, de zitbanken, de brede en sterk uitstekende kroonlijst, de kordonlijsten die tegelijkertijd als vensterbanken fungeren en de biofore vensters, zij het met een latei, passen in de traditie van de bouw van palazzi in Florence.

Vervolg Florence dag 1: Santi Apostoli en de Parte Guelfa