Brancacci-kapel (Santa Maria del Carmine) VI

Masolino ‘Petrus geneest de kreupele en wekt Tabitha tot leven’
De eerste generatie Bijbel Meester Utrecht ca. 1430

Masolino laat in zijn fresco twee wonderen zien die volgens de Bijbel in verschillende steden plaatsvonden: Jobbe en Jeruzalem. De stad in het geschilderde verhaal lijkt sprekend op Florence. Het is zo te zien een gewone dag in de stad, maar op de voorgrond gebeuren toch echt twee wonderen.

Op de achtergrond zien we ondermeer bloempotten, vogelkooitjes, twee apen en was die te drogen hangt. Twee vrouwen hangen uit het raam en zijn druk met elkaar in gesprek. Links op de voorgrond zien we een kreupele die zijn hand uitstrekt om geld te ontvangen.

Het lijkt wel een geschilderde versie van het moment dat in de Handelingen der Apostelen (3: 4-7) te lezen is:

Petrus richtte zijn blik op hem, evenals Johannes en zei: ‘Kijk ons aan.’ De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen. Maar Petrus zei: ‘Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.”

Aan de andere kant op de voorgrond zien we Petrus en Tabita. Deze geschiedenis van Petrus die al weer een wonder verrichtte, ging als volgt: ‘Na het gebed draaide hij zich om naar het lichaam en zei: ‘Tabita, sta op!’ Ze opende haar ogen, en toen ze Petrus zag ging ze rechtop zitten.’ (Handelingen der Apostelen 9: 40-41) Vóór de restauratie was er nogal kritiek op het gebouw waar de kreupele man voor zit. Met de dragende delen die Masolino schildert, kan zo’n bouwwerk nooit overeind blijven staan. Na de restauratie kwamen echter de kapitelen van de pilasters en de kruisgewelven duidelijk te voorschijn.

‘Petrus wekt Tabitha tot leven’

Volgens sommige auteurs is de achtergrond door Masaccio geschilderd. Baldini, onder wiens leiding, de restauratie plaats had, bestrijdt dit echter. Volgens hem is het werk volledig van de hand van Masolino. Hoe dan ook, vast staat dat de twee figuren in het midden zeker van Masolino zijn.

Zoals al vermeld, is dit fresco goed op het tegenoverliggende fresco, De cijnspenning, afgestemd met name betreffende het perspectief. Toch is er een wezenlijk verschil tussen de manier waarop beide kunstenaars het perspectief gebruiken. In de cijnspenning wordt het oog door de perspectieflijnen, de dakranden, de kordonlijst en de treden achter de belastinginner, naar het hoofd van Christus gestuurd. Hier begint ook het verhaal en wel met de man die Christus vraagt om belasting te betalen.

Masaccio ‘Cijnspenning’      Perspectief

Masolino ‘Geneest de kreupele en wekt Tabitha tot leven’       
Perspectief       Verdwijnpunt

Zo wordt het perspectief door Masaccio gebruikt om het verhaal voor de kijker duidelijk te vertellen. Masolino stuurt het oog naar de hoofden van twee opvallende figuren (iets rechts van de man in het roze gewaad is het verdwijnpunt) in het midden van het beeldvlak. Deze ‘twee jonge dandy’s gekleed in de nieuwste mode van Florence van het seizoen 1424-1425’ zijn prominent aanwezig, maar dragen niets bij aan het verhaal.195 Hooguit fungeren ze als een visuele ‘brug’ tussen de twee wonderen. Figuren gebruiken om het geheel mooier te maken, als ware het een decoratie, is kenmerkend voor ‘de oude stijl’ van Masolino.

Volgens Alberti moet een schilder oppassen want:

“Ik keur de schilders af die, om zich maar overvloedig te tonen of geen plekje leeg te willen laten, geen compositie volgen maar alles ongeordend door elkaar uitstrooien, waardoor de voorstelling ngeen handeling voltrekt maar in een algehele wirwar lijkt te verkeren.’ Alberti, L.B., ‘Over de schilderkunst,’ (vertaling Lex Hermans, Inleiding en annotaties Caroline van Eck en Robert Zwijnenberg) Boom, Amsterdam Meppel 1996 107

Masolino 1425 en Gentile da Fabriano  ca. 1423


Nu is dit oordeel van Alberti vooral van toepassing op een schilder als Gentile da Fabriano. In zijn triptiek, ‘de Aanbidding’, uit 1423 (Uffizi) zien we inderdaad een angst voor de leegte. Zoveel details zijn natuurlijk leuk om naar te kijken, maar de voorstelling van deze Aanbidding wordt wel erg warrig. Zo is bijvoorbeeld niet te achterhalen hoe de stoet mensen op weg is om het Christuskind te eren. De genezing van de lamme en de opwekking van Tabita is vergeleken met de Aanbidding van Gentile buitengewoon helder.

Toch zijn de twee figuren in het midden een soort rest van de oude stijl. Een stijl waarbij het decoratieve, het sierlijke en de leuke details een grote rol speelde. Masolino’s dandy’s met de rijke mantels van brokaat zijn prachtig uitgewerkt, maar leiden wel af van het verhaal. Masaccio onderdrukt juist het decoratieve om het verhaal beter te laten uitkomen. Wat dit betreft staat Masaccio in de traditie die met Giotto is begonnen.

Filippino Lippi ‘Het dispuut met Simon Magus en de Kruisiging van Petrus’
Chromolithografie naar Lippi’s Dispuut en Kruisiging

Masaccio en Masolino hebben de frescocylus niet voltooid. Zeker zesenvijftig jaar later zal Filippino Lippi het werk afmaken. Filippino is de zoon van Fra Filippo Lippi. Deze monnik was een karmeliet uit het klooster van de Santa Maria del Carmine.

Volgens Vasari in zijn Leven van Fra Filippo Lippi, was hij gek op tekenen en …

Zelfportret from ‘Dormition van de Maagd’ Spoleto, Kathedraal

In die dagen was juist de kapel in de Carmine door Masaccio opnieuw beschilderd, en deze was zo prachtig dat Fra Filippo er bijzonder van genoot; vandaar dat hij er dagelijks voor zijn genoegen naar toe ging en er, in gezelschap van vele jongeren die er altijd aan het tekenen waren, zich zozeer bekwaamde dat hij de anderen verre overtrof in kunde en vaardigheid [..]’ Giorgio Vasari, ‘De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, deel I 1992 blz. 228 (oorspronkelijke uitgave 1568).

De monnik, Filippo Lippi werd verliefd op een non, trad uit het klooster en kreeg kinderen. Filippino, één van zijn kinderen, werd ook schilder. Filippino herstelde enkele beschadigingen. Ook schilderde hij enkele nieuwe de portretten omdat de gezichten van de Brancacci’s zwaar beschadig waren, na hun verbanning uit Florence. Lippi schilderde drie nieuwe scènes waaronder het dispuut met Simon Magus en de Kruisiging van Petrus. Lippi hield zich in de opwekking van de zoon van Theophilus bij de figuren rechts aan de stijl van Masaccio. Zijn eigen stijl was nogal verschillend van die van Masaccio. Dit is goed te zien aan de plooien van draperieën in een studietekening van twee figuren van Filippino uit dezelfde periode waarin hij in de Brancacci-kapel werkte.

Filippino Lippi ‘Studie: Twee staande mannen in mantels’ 1480s
Filippino Lipppi ‘Opwekking van Theophilus’ zoon detail

Filippino Lippi 'Study: Two Standing Men in Cloaks'
Hermitage Museum

Voor Nero staan de heidense priester en tovenaar Simon en Petrus met aan hun voeten een heidens beeld dat op de grond ligt. Lippi heeft trouwens nog gebruik gemaakt van een munt van Nero om hem te portretteren. In de Legenda Aurea wordt uitgebreid ingegaan op de strijd tussen Simon en Petrus.

Filippino Lippi ‘Dispuut met Simon Magus’

Filippino Lippi 'Disputation with Simon Magus'  Brancacci chapel

Petrus en Paulus gingen op zekere dag naar Nero om hem te waarschuwen voor de tovenarij van Simon. Het moment dat Lippi heeft uitgekozen voor zijn schildering kunnen we bij Jacobus de Voragine nalezen:

Benozzo Gozzoli ‘ De val van Simon Magus’ 1461-62
Royal Collection Trust
Michelangelo, ‘De kwelling van Anthonius’ 1487

Petrus vertelde verder dat zoals Christus twee naturen heeft, namelijk een goddelijke en een menselijke, die tovenaar ook twee naturen heeft, namelijk een menselijke en een duivelse. Volgens Sint-Marcellus en Leo zei Simon: ‘Ik laat deze vijand niet langer begaan. Ik zal mijn engelen opdragen wraak op hem te nemen voor mij.’’ ‘Ik ben niet bang voor jouw engelen, maar zij zijn wel bang voor mij,’ zei Petrus. ‘Ben je niet bang voor Simon, die zijn goddelijkheid bewijst met zijn daden?’ vroeg Nero. (vert. H/N) Natuurlijk liep het verkeerd af met deze heidense tovenaar. Simon vloog met zijn toverkrachten hoog in de lucht om te bewijzen dat hij superieur was aan die zogenaamde christenen. Petrus,’ zei Simon, ‘waar wacht je op? Maak af wat je begonnen bent, want de Heer roept ons al.’ Toen sprak Petrus: ‘Ik bezweer jullie, engelen van Satan die hem de lucht door dragen, bij de Heer Jezus Christus dat jullie hem niet langer zullen dragen maar hem zullen laten vallen!’ Meteen werd hij  losgelaten. Hij stortte neer, brak zijn schedel en stierf.’  Jacobus de Voragine, ‘De hand van God De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea,’ (vertaling van Vincent Hunink en Mark Nieuwenhuis) Atheneum-Polak&Van Gennep, Amsterdam 2006 blz. 115 en 118

Het moment dat Simon dood neervalt, had de Florentijnse schilder Gozzoli al tien jaar eerder geschilderd.

Nero was des duivels en zei tegen Petrus en Paulus ‘en daarom zal ik jullie bij wijze van afschrikwekkend voorbeeld laten doden.’ De onthoofding van Paulus schildert Lippi niet, maar wel de kruisiging van Petrus. De Kruisiging was oorspronkelijk al geschilderd als een soort altaarstuk. Waarschijnlijk is dit fresco verdwenen op het moment dat de geliefde byzantijnse icoon van de Madonna del Popolo het nieuwe altaarstuk werd.

Filippino Lippi 'Crucifixion' Brancacci chapel
Hugo van der Goes 'Portinari altar' detail

Hugo van der Goes ‘Portinari altaar’      Uitzoomen
Filippino Lippi

De twee scènes zijn door een doorkijkje van elkaar gescheiden. Het landschap dat door de poort te zien is, verraadt dat Florence inmiddels, na de dood van Masaccio en Masolino, kennis had gemaakt met de Vlaamse primitieven. Zo’n doorkijkje en het geraffineerde atmosferische perspectief dat het oog ver in de diepte laat dwalen, was een uitvinding van de Vlamingen. Het altaarstuk dat Hugo van der Goes in 1474-75 voor de Florentijnse koopman Portinari (Uffizi) had geschilderd, heeft diepe indruk op de Florentijnen gemaakt.The altarpiece painted by Hugo van der Goes in 1474-75 for the Florentine merchant Portinari (Uffizi) left a lasting impression on the Florentines.

Filippino Lippi heeft zichzelf in zijn fresco ook afgebeeld en wel geheel rechts. Hij kijkt de toeschouwer aan. Verder is Antonio del Pollaiuolo nog geportretteerd. Hij staat bij de drie mannen tussen Nero en Petrus links en heeft een groen gewaad aan. Volgens Vasari is de man rechts met het rode hoofddeksel in deze groep van drie Botticelli. Tegenwoordig wordt aangenomen dat deze figuur een portret van de koopman Raggio is.

Vervolg Florence dag 5: Brancacci-kapel (Santa Maria del Carmine) VII