| Santa’Agnese fuori le Mura met de catacombe, de Santa Costanza en de Porta Pia | (Dag 1) |
We gaan met de bus 36 vanaf het Piazza dei Cinquecento naar de Sant’Agnese fuori le Mura met de catacombe, de Santa Costanza en de Porta Pia. Op weg naar de Sant’Agnese voorbij de Via XX Settembre komen we langs de beroemde Porta Pia van Michelangelo aan de Via Nomentana. Op de terugweg zullen we deze stadspoort nog bekijken.
foto: Catherine_Holt
| Porta Pia en de aureliaanse muur |
| mouseover |
![]() |
Aan de Via Nomentana ligt links van ons de kerk die gewijd is aan de heilige Agnes. De heilige Agnes
uit Rome werd vanaf de 4e eeuw als martelares vereerd. Zij wilde niet trouwen
daar zij als meisje van dertien jaar al haar liefde aan de Heer gegeven had.
Agnes:
| ‘[…] verloor de dood en vond het leven in haar
dertiende levensjaar. De jeugd telt
men in jaren, maar naar de geest was ze geweldig oud; lichamelijk was ze
een jong
meisje maar geestelijk op hoge leeftijd; mooi was haar uiterlijk, mooier
nog haar
geloof.
Onderweg van school naar huis werd de zoon van de stadhouder verliefd op
haar. Hij
beloofde haar juwelen en eindeloze rijkdom als ze zijn huwelijksaanzoek
niet zou
afwijzen.
‘Ga uit mijn buurt,’antwoordde Agnes hem, ‘brandhout van de zonde,
voedsel van de
misdaad, voer van de dood! Ik ben al bestemd voor een andere minnaar!’
Ze noemde eerst vijf aanbevelenswaardige eigenschappen van haar minnaar
[…]
Zijn moeder is een maagd, Zijn vader heeft geen omgang met vrouwen.
Engelen
dienen Hem, zon en maan bewonderen Zijn schoonheid. Zijn vermogen is
onuitputtelijk, Zijn rijkdom neemt nooit af. Door Zijn geur herleven de
doden, door
Zijn aanraking worden de zieken getroost. Zijn liefde is kuisheid, Zijn
aanraking
heiligheid, gemeenschap met Hem is maagdelijk.’ (vert. H/N) Het zal de lezer duidelijk zijn dat Agnes hier over God spreekt. Met de verliefde zoon liep het natuurlijk niet goed af, de duivel ontfermde zich over hem.
De vader van de zoon, de stadhouder, kon dit
natuurlijk niet over zijn
kant laten gaan en sprak tot Agnes:
En zo wijdde de stralende en blozende Bruidegom haar als Zijn verloofde en als martelares aan Zichzelf. Ze stierf de martelaarsdood, zo gelooft men, ten tijde van Constantijn de Grote, wiens regering in 309 begon.’ (vert. H/N) |
Aldus een legende uit de 6e eeuw. Uit: Jacobus de Voragine, ‘De hand van God De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea,’ (vertaling van Vincent Hunink en Mark Nieuwenhuis) Atheneum-Polak&Van Gennep, Amsterdam 2006 blz. 31-34. De Legenda Aurea is geschreven in 1275 en is een compilatie van vele oudere verhalen over heiligen. In de Middeleeuwen is het lam het symbool van Agnes. Het lam verwijst naar het lam Gods: agnus dei.
In Rome zijn twee kerken aan haar gewijd en wel de kerk waar we nu staan en de Sant’Agnese in Agona aan het Piazza Navona gebouwd door Borromini. Op de plek waar de kerk van Borromini staat, is ‘onze heilige’ gemarteld en gestorven. In de tweede kerk gewijd aan de heilige Agnes waar we op deze zaterdagmiddag staan, is zij onder het altaar begraven (haar schedel wordt bewaard in de Sant'Agnese in Agona). Naast Agnes ligt nog haar vrijgemaakte slavin: de heilige Emerentiana. Zij heeft het gewaagd om bij het graf van Agnes te bidden. Dit kon natuurlijk niet en dus werd Emerentiana gestenigd. Zij is ook onder het hoofdaltaar begraven.
Als we de bus uitstappen en oversteken kijken we tegen de apsiszijde van de kerk aan. De kerk ligt half begraven in de heuvel. Als we het straatje, de Via de Sant’Agnese, inlopen komen we eerst bij een binnenplaats met een aangrenzend klooster. Vervolgens dalen we de trap af en komen in de narthex en dan in de Sant’Agnese. Al in 324 is op deze plek een kerk gebouwd in opdracht van Constantina, de dochter van keizer Constantijn. In de 7e eeuw heeft Honorius I er een nieuwe kerk gebouwd. De kerk werd boven de catacombe geplaatst. Hiervoor moest een deel van het terrein worden uitgediept en dit ging ten koste van enkele graven in de catacombe. Het altaar is precies boven het graf van de heilige Agnes gezet. Ondanks vele latere restauraties ademt het interieur nog steeds de vroegchristelijke sfeer uit. De kerk heeft drie beuken en de zuilen zijn hergebruikte klassieke zuilen. Bij de wand en boven de zijbeuken is een galerij die doorloopt langs de sluitmuur: een zogenaamde tribune.
Zo’n ruimte werd vaak gebruikt voor vrouwen die zich zo konden afzonderen van de mannen. De tribune was vanuit de straatzijde te bereiken. Galerijen waren vooral in Byzantijnse kerken gebruikelijk. Vandaar dat vaak gedacht wordt dat de architect waarschijnlijk een Griek geweest moet zijn.
| galerij en de zijbeuken |
| mouseover |
![]() |
schip en altaarruimte |
mouseover |
In de halve koepel bij de apsis is nog het oorspronkelijke mozaïek uit de 7e eeuw te zien. De heilige Agnes staat tussen Honorius die een model van de kerk aanbiedt en rechts de paus Symmachus, de paus die de eerste kerk die hier stond, heeft laten restaureren. Bovenin is de hand van God te zien. Hij reikt de zegekroon aan Agnes uit. In de tekst die onderaan de rand te lezen is, is niet alleen het monogram van Honorius te vinden, maar staat ook dat hij maar liefst 252 pond zilver aan de bouw van deze basiliek besteed heeft.
|
mozaïek in de apsis 7e eeuw |

Ter plekke wordt uitgelegd waarom hier sprake is van een typisch Byzantijns mozaïek en hoe mozaïeken gemaakt worden. Kenmerkend voor Rome is het gebruik van spolia. Zo staat een beeld van Agnes triomfantelijk op het hoofdaltaar. Bij nauwkeuriger kijken valt op dat ‘onze heilige’ bestaat uit een antieke albasten tors. In de 17e eeuw werden hier bronzen handen, voeten en een kop aan toegevoegd.
|
beeld van de heilige Agnes |
![]() |
Als je het ciborium of baldakijn uit 1614 boven het altaar bekijkt dan blijken de vier zuilen van porfier veel ouder te zijn. Ze komen waarschijnlijk uit de 7e
eeuw.
Elk jaar op 21 januari worden twee schapen op een met bloemen versierd houten plateau de kerk ingedragen. Voor het altaar worden de schapen door de priester gezegend. Vervolgens gaan deze schapen naar de paus die ze ook nog eens
zegent. De nonnen van de S. Cecilia in Trastevere maken van de wol van deze schapen
palliums of pallia. Dit zijn eretekens die door aartsbisschoppen of bisschoppen gedragen worden.
|
kapel van de heilige Sabina |
![]() |
Voordat we de kerk verlaten dalen we nog af naar de catacombe die onder deze kerk ligt. Links bij de zijbeuk is de ingang naar de catacombe van de H. Agnes. Onder de trappen die naar de graven leiden, zijn nog drie hellenistische reliëfs gevonden, die nu in het Palazzo Spada te bewonderen zijn. De Romeinse bodem bestaat hier uit tufsteen. Deze steensoort is bijzonder geschikt om er snel gangen of zelfs flinke ruimtes in uit te hakken. De graven zijn vaak erg klein en bij sommige vind je enkele interessante muurschilderingen. Eén van de aardigste is de afbeelding van een man die met zijn houweel in de tufsteen aan het hakken is.
|
hakken in de tufsteen van een catacombe |
![]() |
Er wordt een korte toelichting gegeven over de betekenis van de afbeeldingen. In de 4e eeuw, de eeuw dat Agnes hier begraven werd, hadden christenen nog geen eigen beeldtaal ontwikkeld. Daarom gebruikten zij vaak klassieke voorbeelden. Bovendien worstelden de christenen nog met het oude boek waarin bij Exodus 20: 4 het volgende te lezen valt:
| Gij zult geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. |
In het begin van het opkomst van het christendom werden alleen op zegelringen symbolen van Christus weergegeven. Later zijn deze symbolen als muurschilderingen ook in de catacomben te vinden. Nog vaker worden christelijke tekens op marmeren platen aangebracht. Deze platen worden als deksel voor het graf in de wanden gebruikt. Al in de oudheid symboliseerde de duif de ziel van de mens. Dit motief waar later vaak nog een tak aan werd toegevoegd was zeer populair op grafplaten. De tak staat dan voor de duif die door Noach werd uitgestuurd om te kijken of de aarde na de grote zondvloed inmiddels was drooggevallen. En ja, hoor, de duif kwam met een tak terug. De vis is een ander vaak gebruikt motief. De vis staat voor Christus. De beginletter van het Griekse woord voor vis , ICHTHUS, werd geduid als Iesous CHristos THeou Uios Soter oftewel Jezus Christus, Zoon van God en Verlosser. Daar komt nog bij dat de vis ook een belangrijke rol speelde in enkele christelijke wonderen zoals de wonderbaarlijke visvangst of de wonderbaarlijke spijziging.
|
grafsteen 3e eeuw |
|
'vis van de levenden' |
![]() |
Na de rondleiding die door een plaatselijke gids gegeven zal worden, gaan we weer naar boven. We lopen de kerk uit om via een pad naar links af te buigen en komen dan uit bij de Santa Costanza. Dit mausoleum is in het begin van de 4e eeuw voor Constantina, een dochter van de Romeinse keizer Constantijn, gebouwd. In 1254 werd het gebouw een kerk en vernoemd naar de non Santa Costanza.
| overblijfselen van de basilica en de Santa Costanza |
| en de plattegrond |
| mouseover |
![]() |
|
Plattegrond, dwarsdoorsnede en exterieur van de Santa Costanza |

De meeste mausoleums of ze nu heidens of christelijk waren, zijn rond of octagonaal: een centraalbouw dus. We zullen in programma één de vroegchristelijke kerk, S. Stefano Rotondo, uit 470 nog bekijken. Ook hier is sprake van een centraalbouw. Deze vorm heeft het uiteindelijk niet gewonnen. Het klassieke bouwtype van een basiliek zoals we dat nog op het Forum Romanum zullen zien, is veel praktischer. Een basiliek kan grote massa’s mensen herbergen, terwijl allerlei religieuze gebruiken zoals de mis en het aanbidden van de relieken rustig doorgang kunnen vinden. Voor een bescheiden kerk of mausoleum is een centraalbouw echter wel heel geschikt. Bij Bluffton University zijn vier bladzijden met goede afbeeldingen van de Santa Costanza te zien.
|
| opgang naar de Santa Costanza en de gevel |
| mouseover |
De Santa Costanza is aan de buitenzijde uiterst eenvoudig en is opgetrokken uit rode baksteen. Als we via de narthex naar binnengaan, zie je nog wel dezelfde baksteen, maar ook kostbare gepaarde granieten zuilen, vierentwintig in totaal die de centrale hal en koepel steunen.
| Interieur Costanza |
| mouseover |
![]() |
Bovendien zijn de gewelven van de ringvormige zijbeuken met zeer klassiek aandoende mozaïeken versierd.


Deze vierde-eeuwse mozaïeken zijn heel anders dan die we net bekeken hebben in de halve koepel van de Sant’Agnese uit de 7e eeuw. Op een witte ondergrond zijn ineengestrengelde druivenranken te zien. Tussen het gebladerte van de druiven en takken zijn bloemen, vruchten en vogels te zien. Verder zijn Constantina, de dochter van Constantijn, en haar man voor wie dit mausoleum gebouwd is, ook weergegeven. De originele tombe waar Constantina in lag, in de vierkante apsis precies tegenover de ingang, is helaas verhuisd naar het museum van het Vaticaan. De tombe die er nu te zien is, is een replica. Boven in nissen zijn mozaïeken met christelijke thema’s te vinden zoals Petrus die van Christus de sleutels ontvangt of Petrus en Paulus die van Christus de wetsrollen krijgen overhandigd. Naast deze christelijke onderwerpen die trouwens wel in een klassieke vorm zijn gegoten, zijn er ook klassieke onderwerpen.
Paulus en Petrus krijgen de wetsrollen van Christus |
Petrus ontvangt de sleutels van Christus |
mouseover |

Tussen het gebladerte is bijvoorbeeld het oogsten van de druiven te zien, maar ook een wijnpers. Door velen werd in de Renaissance en in de periode daarna de kerk voor een tempel van Bacchus aangezien. Niet verwonderlijk vanwege de afbeeldingen van de druiven en de wijnpers.
Hollandse en Vlaamse schilders hebben rond 1620 in Rome een gezelligheidsvereniging gesticht: de Bentveughels.
Bentveughels aan het tekenen |
|

Waaronder schilders als van Poelenburgh, Breenbergh (geboren in Deventer), Jan Asselijn en van Swanevelt. De leden van de Bentveughels wijdden elk nieuw lid in. Hiervoor kwamen zij bijeen in de Santa Costanza. Het nieuwe lid werd dan onder het genot van menig glas rode wijn als Bent ingewijd. Nog steeds is bij de nissen
links en rechts naast de centrale nis, waar de tombe van Constantina staat, de graffiti van de leden van de Bentveughels te zien. De leden waren ervan overtuigd dat zij dit deden in een oude klassieke tempel die gewijd was aan de god
van de wijn.
Wij keren terug naar de bus en nemen lijn 36 en stappen uit bij de Porta Pia.

Deze stadspoort heeft paus Pius IV laten bouwen zoals te lezen valt bij de inscriptie op het fronton. Pius IV wilde in 1561 enkele mooie straten achterlaten met een poort die zijn naam, Pia, zou dragen. De oude straat, Via Pia, die hier liep, was allesbehalve recht. Pius IV wilde een mooie rechte en belangrijke verbinding tussen zijn zomerpaleis op de Quirinaal, de San Marco, en de brug bij de Via Nomentana. De straat die onder de Porta Pia doorliep, lag voor die tijd in één van de dunstbevolkte buurten van Rome.
Het idee van Pius IV dat straten met aanliggende gebouwen als een eenheid moeten worden gezien, was een grote vernieuwing in de toenmalige stedenbouw.
Via Pia (nu Via Quirinale en Via XX Settembre) en de Porta Pia met er achter de Via Nomentana rond 1590:

Michelangelo heeft zich laten inspireren door Serlio met zijn ontwerpen voor stadspoorten. Het bijzondere van de Porta Pia is dat de poort meer gericht is op de stad zelf dan op degene die de stad binnenkomt:

Michelangelo Buonarroti was vooral geïnteresseerd in de poort zelf. Het ontwerp doet denken aan de decors die Serlio ontworpen heeft voor theaters. Buonarroti wijkt met zijn ontwerp sterk af van wat een architect in die tijd behoorde te doen. Er zijn allerlei details die wel lijken te spotten met hoe men geacht werd te bouwen. Zoals jullie dat al in de les hebben gehad is de Romein Vitruvius met zijn werk, ‘Handboek bouwkunst’, uit ca. 30 v. Chr. heel belangrijk geweest voor de Renaissance. De manier waarop je volgens Vitruvius behoorde te bouwen werd het gebod voor elke architect na 1400. Michelangelo trekt zich hier echter niets van aan. Een duidelijk voorbeeld is de Dorische orde die Michelangelo gebruikt in zijn stadspoort. Geheel tegen de regels in krijgen de kapitelen gigantische guttae. Ook het fronton deugt al niet:

Ter plekke zal ik uitleggen en laten zien waar Buonarroti nog meer afwijkt van de vitruviaanse regels. Er zijn nog aardig wat schetsen van Michelangelo bewaard gebleven zoals zijn schets voor het middenportaal.
| Michelangelo's schets voor het middenportaal |
| middenportaal Porta Pia |
| mouseover |
![]() |
Einde eerste dag
Naar de volgende bladzijde (Dag 2)