Giotto, Cimabue en Duccio I

Uffizi Sala dei Dugento: Tronende Madonna met Kind: Cimabue, Duccio en Giotto

Sala Dugento Duccio (links) en Giotto (rechts)

Uffizi Sala Dugento Duccio  Giotto: Enthroned Madonna with Child
foto: Steven Zucker
Enthroned  Madonna Child Baptistery mosaic Florence
foto: Sailko

Tronende Madonna met Kind Baptisterium apsis mozaïek

Het begin van de schilderkunst volgens Vasari met schilders als Cimabue, Duccio en Giotto Volgens Vasari (zelfportret) is de ware kunst, zo ook de schilderkunst, na het verval van de klassieke beschaving verdwenen. Pas rond dertienhonderd is de schilderkunst weer ontwaakt. Hiervóór was er sprake van de ‘maniera greca’ ofwel de Griekse stijl (Byzantijnse) waarbij Vasari in zijn voorrede van de ‘Levens’ wijst op de mozaïeken in de Duomo van Pisa en de San Marco in Venetië, maar ook op tal van schilderingen en beeldhouwwerken in Florence.. “[…] in deze stijl, met figuren kijkend als bezetenen, de handen uitgestrekt, op de tenen […]” en over de beeldhouwwerken merkt Vasari op dat: “[…] bepaalde figuren dienst doen die zo onbeholpen zijn, zo lelijk, en in hun grofheid en stijlloosheid zo mismaakt dat men niet zou weten hoe zich iets slechters voor te stellen.” Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I blz. 46-47 (oorspronkelijke uitgave 1568).

Anoniem ‘Madonna del Popolo’ Brancacci-kapel     Inzoomen

Hier wordt de kunst verweten dat zij niet naturalistisch is. Het zij hier terzijde vermeld de byzantijnse kunst is veel complexer dan Vasari voorstelt. Sterker nog de Byzantijnse kunst heeft in de dertiende eeuw een vruchtbare bodem gelegd voor Giotto en de proto-renaissance. In het leven over Cimabue van Vasari, wijst hij deze kunstenaar al aan als de schilder die een begin maakte met de moderne en dus goede schilderkunst. Het is echter vooral Giotto die het licht in de schilderkunst ontstak. Vasari beschouwt Giotto als de ware vader van de schilderkunst die op eigen kracht ‘en uit de natuur putte, kon hij terecht een leerling van de natuur worden genoemd, en niet van anderen. Wat Vasari vooral waardeerde, was dat hij als eerste in staat was goed gelijkende afbeeldingen van bestaande personen te geven, waarbij hij naar de natuur te werk ging, iets wat meer dan tweehonderd jaar in onbruik was geweest […]’ De maatstaf voor goede kunst is de mate waarin een kunstenaar er in slaagt om natuurgetrouw af te beelden. Iets dat bepaald geen sinecure is, gezien de beperkte middelen die een kunstenaar tot zijn beschikking heeft: een plat vlak (gestuukte muur, paneel of doek), wat pigmenten met een bindmiddel en penselen.

Giotto is niet alleen een leerling van de natuur geweest, maar heeft het vak als schilder bij Cimabue geleerd. Vasari verhaalt hoe Cimabue een knaap van tien jaar oud. “[…] en terwijl hij met deze dieren [schapen] over het landgoed trok en hen nu eens hier weidde en dan weer daar, werd hij door zijn natuurlijke aanleg tot de tekenkunst gedrongen en overal, op de stenen, op de grond of in het zand, tekende hij iets wat hij in de natuur zag of iets wat zomaar in zijn hoofd opkwam.” […] “Op zekere dag was Cimabue onderweg van Florence naar Vespignano, waar hij iets te doen had, toen hij Giotto zag die, terwijl zijn schapen aan het grazen waren, met een enigszins puntige steen op een vlak en glad rotsblok een schaap afbeeldde, naar de natuur, zonder dat hij van wie ook, of het moest van de natuur zelf zijn, had geleerd hoe men dit deed. Cimabue bleef dan ook staan, stomverbaasd, en vroeg hem of hij met hem mee wilde en bij hem wilde wonen; de jongen antwoordde dat hij graag mee zou gaan, als zijn vader het goed vond.” Giorgio Vasari, “De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione”, Contact, Amsterdam, 1990 deel I blz. 68 (oorspronkelijke uitgave 1568).

Volgens Vasari haalde de jonge knaap niet alleen snel het niveau van zijn leermeester, maar was hij het die een einde maakte aan die onbeholpen Griekse stijl en de goede, moderne, schilderkunst weer invoerde.

In het Uffizi, Sala del Dugento (dertiende eeuw), zaal twee, is niet alleen een modern werk van Giotto te zien een ‘Tronende Maria met kind’, maar ook twee andere panelen met hetzelfde onderwerp. Eén van Cimabue en het andere altaarstuk van een schilder uit Siena, Duccio. Daarnaast is er in het koorgewelf van het Baptisterium in Florence een mozaïek met een Tronende Madonna met kind uit het midden van de dertiende eeuw, gemaakt in de Griekse stijl. Een vergelijking tussen deze werken maakt pas goed duidelijk hoe baanbrekend ‘de Tronende Maria met kind’ van Giotto is.

Cimabue ‘Tronende Madonna met Kind’ 1286

Het mozaïek in het Baptisterium, vertoont alle kenmerken die Vasari zo slecht vond “figuren kijkend als bezeten […] op de tenen”, lichaamproporties die niet deugen, kortom deze weergave van Maria met haar kind op de troon is absoluut niet realistisch. De drie grote panelen van Duccio, Cimabue en Giotto – de eerste twee zijn rond 1285 gemaakt en het laatste ongeveer vijfentwintig jaar later – zijn voor kerken in Florence geschilderd. Duccio schilderde zijn werk voor het hoofdaltaar in de Santa Maria Novelle. Cimabue voor de Santa Trinita en Giotto voor de Ognissanti. Dit soort afbeeldingen waren populair en hadden een belangrijke functie voor de gelovige. Op de knieën vóór het schilderij werd tot Maria gebeden. De gelovige zocht steun in moeilijke tijden en kon haar hulp aanroepen. Als moeder van haar zoon kon zij Christus vragen de gelovige te helpen.

Cimabue ‘Enthroned Madonna with Child‘

Youtube Khan Academy:
1. Cimabue Cimabue Madonna with Child Santa Trinita (7.29 minutes)
2. Duccio Rucellai Cimabue Madonna with Child Santa Maria Novella (4.15 minutes)
3. Giotto Cimabue Madonna with Child Santi Ognissanti (4.04 minutes)
4. A comparison: Madonna’s with child by Cimabue and Giotto (10.59 minutes)

De monniken van Vallombrosa bestelden bij Cimabue een altaarstuk met een Tronende Madonna. In de vijftiende eeuw is dit werk op het hoofdaltaar in de Santa Trinita vervangen door een schilderij van Alessio Baldovinetti en het kwam vervolgens in een zijkapel te hangen. Aanvankelijk was het altaarstuk van Cimabue het belangrijkste schilderij in de kerk. Het oog van de kerkganger viel bij het betreden van de kerk direct op de Tronende Madonna. Op de banderollen staan teksten uit de bijbel te lezen die slaan op de conceptie van het kind van Maria uit Jesaja 7: 11.

SBanderollen met tekst uit Jesaja 7: 11

Cimabue ‘Enthroned Madonna with Child‘ detail: Speech scrolls
foto’s: Steven Zucker
Cimabue ‘Enthroned Madonna with Child‘ detail

Cimabue ‘Tronende Madonna met Kind‘

Hoe lang nog blijf je talmen
Hoe lang nog blijf je eigenzinnig, vrouwe Israël?
De Heer zal iets nieuws op aarde scheppen:
Een vrouw maakt een man het hof.
Nee, ik ben stil geworden.
Ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder,
Als een kind is mijn ziel in mij.
Jeremia 31: 22 en de Mariapsalm 131: 1

Het kind draagt een Romeins kleed en een pallium. In zijn linkerhand houdt hij een rol met de heilige wetten. De engelen zijn aan beide zijden van de troon symmetrisch geordend. In het werk van Cimabue zit Maria met haar kind op de troon en wordt onmiddellijk duidelijk dat zij en haar kind centraal staan. De gelovige kan zich in zijn of haar gebed tot haar richten.

Frederic Leighton ‘Cimabue’s gevierde Madonna in een processie door Florence’

Frederic Leighton ‘Cimabue's Celebrated Madonna in Procession through Florence’
Duccio ‘Enthroned Madonna with Child‘ detail: Mary and Child

Duccio’s Kind       Cimabue’s Kind

In het paneel van Duccio is dit ook het geval. Zijn paneel is trouwens pas in de twintigste eeuw aan deze kunstenaar uit Siena toegeschreven. Gezien de grootte van het paneel is het waarschijnlijk in Florence zelf geschilderd. Het vervoer van een dergelijk werk, 450 bij 292 cm, is immers bepaald geen sinecure. Bovendien hanteerde de vader van de schilderkunst uit Siena een techniek bij het aanbrengen van de nimbussen die in de ateliers van Florence wel gebruikelijk was, maar niet in Siena. Na het ponsen van een aureool werd in Siena gereedschap gebruikt waarmee men in het goud kerfde. In Florence werden er korrels aangebracht zoals bij het graveren. Net als Cimabue gaat Duccio uit van het byzantijnse prototype zoals dit al af te lezen is uit het eivormige gezicht van Maria. Toch veroorlooft Duccio zich meer ‘vrijheid.’ Het zegenende gebaar van het kind van Duccio is veel spontaner dan het kind van  Cimabue.

Duccio ‘Tronende Madonna met Kind’ ca. 1285

Duccio nam wel veel van Cimabue over, maar hij voegde er wel een drietal elementen uit de gotiek aan toe zoals de heldere glanzende kleuren, de golvende contourlijn en de met goud gestikte rand op het kleed van Maria dat zeer elastisch meegolft.Deze vernieuwing werd nadat Duccio dit werk gemaakt had in Siena ook ingevoerd.

De troon is duidelijk beïnvloed door de gotiek ten Noorden van de Alpen. Nieuw is ook dat de engelen die de troon ophouden niet meer als één groep gerangschikt zijn, maar los van elkaar staan en naar de Madonna kijken.

Duccio ‘Enthroned Madonna with Child‘

Giotto ‘Tronende Madonna met Kind ca. 1310      Inzoomen

Giotto ‘Enthroned Madonna with Child' c. 1310  Uffizi

Giotto ‘Tronende Madonna met Kind ca. 1310  

Het paneel van Giotto is waarschijnlijk tussen 1306 en 1310, en dus ongeveer vijfentwintig jaar later geschilderd dan de twee andere werken van Duccio en Cimabue, maar wat een wereld van verschil! Hier is sprake van een ware revolutie in de schilderkunst. Giotto is niet voor niets zo vaak geprezen. Schrijvers, kunstenaars en historici als Dante, Boccaccio, Ghiberti, de chroniqueur Giovanni Villani en natuurlijk Vasari spreken vol lof over deze schilder.

foto: Steven Zucker

Luca Signorelli’s ‘Dante Alighieri’ fresco

In schilderkunst dacht Cimabue eens
Dat hij het veld moest behouden, maar nu heeft Giotto de roep, Zodat de faam van de ander verbleekt.
Dante Purgatory 11. 93 -95

Andrea del Castagno ‘Giovanni Boccaccio’ ca. 1450
“Giotto had zo’n uitmuntend genie dat er niets was van alles wat de Natuur, moeder en drijvende kracht van alle dingen, ons voorschotelt door de voortdurende omwenteling van de hemel, of hij het nu met potlood, pen of penseel afbeeldde, en dat zo nauwkeurig dat het niet leek op, maar eerder het ding zelf was, zodanig dat de visuele zintuigen van mensen vaak bedrogen werden door dingen van zijn makelij, waarbij ze datgene voor echt aanzagen wat slechts afgebeeld was. Daarom verdient hij, nadat hij deze kunst weer aan het licht heeft gebracht, die lange tijd begraven lag onder de dwalingen van bepaalde mensen die meer schilderden om de ogen van de onwetenden af te leiden dan om het begrip van de verstandigen te behagen, terecht een van de belangrijkste glorieën van Florence genoemd te worden. Dit temeer omdat hij de eer die hij had verkregen met de grootste nederigheid droeg en hoewel hij, zolang hij leefde, boven alles uitblonk in zijn kunst, weigerde hij nog steeds meester genoemd te worden. Deze titel, hoewel door hem afgewezen, straalde des te glorierijker in hem omdat hij met grotere gretigheid gulzig werd opgeëist door degenen die minder wisten dan hij, of door zijn leerlingen.” Vertaald uit: Giovanni Boccaccio ‘Decamerone’ Day Sixth: Fifth story (translated by John Payne Gutenberg).

Boccaccio vergelijkt Giotto in een ander werk van hem zelfs met de beroemde klassieke schilder Apelles. Het is vooral het nieuwe realisme dat Giotto in de schilderkunst na dertienhonderd invoerde dat door velen geprezen wordt. Dit geluid klinkt bij alle schrijvers door zo ook bij Ghiberti in zijn, ‘I Commentarii’: “Hij introduceerde de nieuwe kunst [van het schilderen]. Hij verwierp de primitieve van de Grieken en werd de beste [schilder] in Etruria.”

Vervolg Florence dag 5: Giotto, Cimabue en Duccio II