De Orsanmichele en zijn beelden IV

DonatelloSint-Joris

Donatello ‘Sint-Joris’ replica       ‘Sint-Joris’ bronze replica

We lopen nu naar de zuidkant van het gildegebouw, naar Via Orsanmichele en bekijken de nis en het standbeeld van Sint Joris op de rechterhoekpilaar. De replica van het standbeeld die zich in de nis bevond, was oorspronkelijk van brons, maar is tegenwoordig van marmer. De authentieke nis met het marmeren standbeeld zal nog steeds te zien zijn in het Bargello (Klik hier voor een plattegrond met een overzicht van de nissen, de beelden en de beeldhouwers).

Orsanmichele: Donatello 'St. George' replica
foto’s: aurelio candido
Orsanmichele: Donatello 'St. George'

Donatello ‘Sint-Joris‘ c. 1415 – 1417

De Sint-Joris is tussen 1415-1416 voor het wapengilde gemaakt: de Corazzai. Donatello borduurt verder op zijn Marcus. Ook de Sint-Joris is in de nieuwe stijl, de buono maniera moderna, gemaakt. Anders dan bij Marcus is de aandacht van Joris, die op wacht staat, op iets buiten hem gericht: een mogelijk gevaar misschien? Vasari beschrijft het beeld als ‘een bijzonder levendige figuur van een geharnaste Sint-Joris, wiens hoofd jeugdige schoonheid uitdrukt, moed en bekwaamheid in het krijgsbedrijf, alsmede een ontzagwekkend fiere levendigheid, en er ligt in dit stenen beeld een prachtige beweging besloten […]. Vasari, G., De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione, Contact, Amsterdam 1990 deel I blz. 196

Donatello ‘Sint-Joris‘ Bargello museum origineel       Inzoomen

Donatello 'St. George' Bargello museum
foto’s: Steven Zucker
Orsanmichele: Donatello 'Face of St. George'

Sint-Joris’ gezicht” replica

In 1552 beschreef Doni in zijn, ‘I Marmi’, een korte dialoog tussen Sint-Joris en een beeldhouwer uit Fiesole: ‘Waarom vroeg het narcistische beeld, verwerp je mijn schoonheid? Het is onmogelijk dat Donatello mij anders zou weergeven.’ (Doni ‘I Marmi’, Geciteerd en vertaald uit: Pope-Hennessy, J., ‘Donatello Sculptor, Abbeville Press, New York/ London/ Paris 1993 48 (voetnoot 12). Doni was door de individuele trekken in het gelaat van Sint-Joris op zoek gegaan naar de man die hier was afgebeeld. Hij begreep niet dat er geen individu maar een ideaaltype wordt uitgebeeld, zoals Michelangelo later ook zou doen en iets wat de Griekse beeldhouwers uit de vijfde eeuw voor Christus al deden. De figuur is vrij uniek in het werk van Donatello: een jonge knaap volgens de klassieke normen van schoonheid zoals de Griekse beeldhouwer, Polyclitus, dat in zijn Canon uit de vijfde eeuw voor Christus al had beschreven. Er is in de zestiende eeuw nog een erotisch gedicht over dit beeld gemaakt waarbij de dichter deze Sint-Joris betitelde als ‘mijn mooie Ganymedes’. Meestal vermeed Donatello de klassieke schoonheid zoals we zo duidelijk hebben gezien bij het houten beeld van Maria Magdalena. De gezichten kijken vaak bezorgd of zijn ronduit lelijk.

Donatello ‘Sint-Joris’ Bargello museum origineel

Opvallend aan de nis is dat zij wel erg ondiep is. Dit komt omdat er hier aan de binnenzijde van het gebouw een trap is zodat er weinig ruimte voor een nis overbleef. Van deze handicap maakt Donatello handig gebruik. Hij plaatst het beeld bijna uit de nis, waardoor zijn Sint-Joris voor een deel ook echt als een driedimensionaal beeld te zien is. Nieuw is dat, hoewel het beeld frontaal geplaatst is, je het gezicht van Sint-Joris als kijker toch vanuit meer gezichtshoeken kunt zien. Dit verklaart ook waarom de kunstenaar de kop hier wel aan alle kanten geheel uitgewerkt heeft in tegenstelling tot zijn Marcus of Johannes. Wat dit betreft is Donatello duidelijk een voorloper van latere ontwikkelingen in de beeldhouwkunst. Zo waren de beeldhouwers uit de zestiende eeuw er heel erg op gespitst dat een beeld vanuit meerdere hoeken bekeken kan worden en dus aan verscheidene zijden een mooie indruk moet maken. Als je langs de Sint-Joris loopt, begrijp je het beeld pas goed. Doordat de Sint-Joris zo aan de voorzijde van de ondiepe nis staat, komt hij meer op de kijker af waardoor de impact ook groter wordt.

De stand van de benen wordt gedicteerd door de wijze waarop soldaten op wacht hun schild staande op de grond voor hen hielden. De verticale lijn van het kruis op het schild en de naar beneden hangende rechterarm leiden het oog naar boven naar het hoofd dat licht naar links is gedraaid. Dit werd in de zestiende eeuw hogelijk gewaardeerd door beeldhouwers vanwege het prachtige designo.

Oorspronkelijk had Joris een helm op en droeg hij een zwaard of een lans in zijn rechterhand. Ook had hij een zwaardschede om zijn gordel, de boorgaten hiervoor zijn rechts bij zijn heup nog te zien.

Orsanmichele: Donatello 'St. George' pediment
foto’s: Sailko

Pediment

Als de Sint-Joris buiten de nis geplaatst wordt, lijkt het beeld stijf en verandert de alerte pose in een rigide houding. De architectuur en het beeld zijn dus nauwkeurig op elkaar afgestemd. Vanuit het fronton van de nis kijkt God je aan. Van dichtbij is God vervormd, maar niet in sitù, dan buigt God zijn hoofd perfect naar de kijker. Hier blijkt Donatello erg goed rekening te houden met de plaats van het werk ten opzichte van de kijker. De halo overlapt het frame en door zijn vooroverbuigende hoofd ontstaat er ook een relatie tussen God en de wakkere op wacht staande ridder Sint-Joris in de nis. Het hoofd van Christus is weliswaar in ‘laagreliëf’, maar lang niet zo gedrukt als bij sommige delen van het reliëf aan de onderzijde van deze nis. Het moest immers nog wel goed te zien zijn voor de toeschouwer beneden.

Het reliëf en de legende van Sint-Joris op de predella

Bij de predella, de onderzijde van de nis, bijna op ooghoogte van de kijker, maakt Donatello voor het eerst gebruik van sterk gedrukt -of laagreliëf het zogenaamde rilievo schiacciato. Hier worden Sint-Joris, de draak en de prinses afgebeeld. Laagreliëf is een uiterst moeilijke techniek ook voor een volleerd beeldhouwer. Michelangelo zou deze techniek, het tekenen in steen, in zijn jonge jaren ook toepassen zoals we nog bij een reliëf van de Madonna van hem in het Casa Buonarroti zullen zien. Echt geslaagd was Michelangelo’s zogenaamde Madonna van de trappen niet (Wikipedia).

Predella        Inzoomen

Orsanmichele: Donatello 'St. George'  predella
foto: Dan Philppott

De legende van Sint-Joris (Georgios) met het verhaal over de draak duikt voor het eerst pas in elfde eeuw op. De stad Silene in Libië had in de nabijgelegen moerassen een draak. De bewoners probeerden het vuurspuwende monster rustig te houden door hem dagelijks twee schapen te geven. Toen de schapen schaars werden, gaf men de draak één schaap en één kind. Het kind werd door het lot aangewezen. Helaas voor de koning viel op een goede dag het lot op zijn dochter. De koning aarzelde, maar moest uiteindelijk voor het volk zwichten. Wenend begeleidde hij zijn dochter naar de onheilspellende plek en liet zijn dochter alleen achter. De ridder Sint-Joris kwam voorbij en vroeg de angstige dochter waarom zij zo schreide. Na het verhaal te hebben gehoord sprong de ridder in zijn zadel en doodde de draak. Sint-Joris is patroonheilige van de ridders en de padvinders. Geen wonder dat het wapengilde deze legendarische heilige in hun nis wilde hebben.

De Prinses

De afbeelding op het reliëf bij de sokkel is niet consistent. Zo zijn enkele delen in vrij hoog reliëf gehouwen zoals het paard, de ridder en de prinses. Andere delen daarentegen lijken haast wel in steen getekend te zijn zoals de grot, de loggia of de bomen. Het geheel is een mengeling van het traditionele hoogreliëf en rilievo schiacciato. In dit reliëf worden de diepte en het verhaal geraffineerd met elkaar verbonden. De manifeste onderdelen als draak, ridder, het doden en de prinses vallen direct op. De achtergrond, bomen, landschap, loggia zijn in zeer laagreliëf gehakt dit om meer diepte aan het geheel te geven. Deze laatste elementen zijn dus dienend en overheersen niet. Het reliëf en het beeld van Sint-Joris sluiten wat betreft het verhaal goed op elkaar aan, maar dit geldt niet voor de stijl. Het reliëf lijkt bij sommige onderdelen zoals bijvoorbeeld de ridder en de prinses duidelijk op de stijl van Ghiberti bij zijn eerste paar deuren voor het Baptisterium. Zo heeft Donatello zelfs gebruik gemaakt van de jonge baardloze soldaten die je op sommige panelen van de eerste deuren ziet, zoals de gevangenneming van Christus of Christus voor Pilatus.

Orsanmichele: Donatello 'St. George'  predella: princess
foto: Miguel Hermoso Cuesta
Orsanmichele: Donatello 'St. George'  predella
foto: Dan Philppott

Op één punt heeft dit reliëf iets wat je nooit zult vinden in de internationale stijl, maar alleen in de Renaissance. Hoewel veel schrijvers spreken van een juist perspectief in dit reliëf van Donatello, is dit volgens een schrijver als Janson niet echt het geval bij de loggia rechts van de prinses. In ieder geval was dit reliëf aan de onderkant het begin van een ontwikkeling die leidde tot de ontdekking van perspectief. Gemaakt in 1416, jaren vóór de ‘Drievuldigheid’ van Masaccio, met de eerste geschilderde lineaire perspectief (maar ook niet helemaal correct). We zullen dit zien tijdens de schilderdagen in de Santa Maria Novella.

Vervolg Florence dag 3: De Orsanmichele en zijn beelden V