Brancacci-kapel (Santa Maria del Carmine) III

De fresco’s in de kapel vanBrancacci

Brancacci-kapel      Reconstructie

Web Gallery of Art

Plattegrond van de frescocyclus:
A. Verdrijving uit het Paradijs (Masaccio)
B. Paulus bezoekt Petrus in de gevangenis (Filippino Lippi)
C. De cijnspenning (Masaccio)
D. Opwekking van Theophilus’ zoon (Masaccio)
E. Preek van Petrus (Masolino)
F. Petrus geneest met zijn schaduw (Masaccio)
G. Petrus doopt de bekeerlingen (Masaccio)
H. Het geven van aalmoezen (Masaccio)
I. De genezing van de kreupele en de opwekking van Tabita (Masolino en Masaccio?)
J. Dispuut met Simon Magus en de kruisiging van Petrus (Filippino Lippi)
K. Zondeval (Masolino)
L. Petrus wordt uit de gevangenis bevrijd (Filippino Lippi)

Zondeval en de verdijving uit het Paradijs

Masolino schilderde de zondeval en Masaccio de verdrijving uit het Paradijs. Deze scènes worden vaak met elkaar vergeleken om duidelijk te maken hoe groot het verschil in stijl is tussen beide kunstenaars. De elegante en rustige figuren die Masolino schilderde, verschillen sterk van die van Masaccio. Zo houdt Eva haar arm om de boom terwijl de menselijke kop van de slang probeert haar aandacht te trekken. De wijze waarop de stand van de voeten wordt geschilderd door Masolino is niet realistisch: zo sta je niet. De jonge schilder Masaccio laat zijn Eva en Adam wel echt staan. Zo staat de rechtervoet van Adam nog op de drempel van de poort. De oudere Masolino (1384-1447) staat met zijn stijl dichter bij het einde van de gotische traditie. Masaccio (1401-1428) daarentegen schildert in de nieuwe stijl: de Renaissance.

Adam en Eva      Gezichten van Adam     Eva

Van rust en sierlijkheid is in de verdrijving absoluut geen sprake, integendeel. De engel komt in volle vaart, dreigend en dwingend met een zwaard in zijn hand aangevlogen terwijl hij met zijn linkerhand de vluchtende Adam en Eva het Paradijs uit dirigeert. Geen God zoals vaak te zien is in middeleeuwse manuscripten, maar alleen lichtstralen die doen denken aan de donderende stem van de Heer. Licht valt op beide figuren, licht dat bovendien ook werkelijk van rechts door de vensters naar binnen stroomt. De parallel lopende donkere schaduwen van Eva en Adam kondigen een sombere toekomst aan. Adam loopt voorovergebogen en bedekt met zijn handen zijn gezicht. Eva heeft haar hoofd naar achteren gegooid, haar mond is geopend alsof zij haar wanhoop uitschreeuwt. Hier is sprake van lijden, angst en vertwijfeling.

Er zijn vele suggesties gedaan op welke visuele bronnen Masaccio zich baseert voor zijn figuren. Zo wordt ondermeer Brunelleschi’s paneel genoemd dat hij voor de competitie voor de deuren van het Baptisterium maakte. De geopende mond van Izaak, die op het punt staat door zijn vader te worden gedood, stond model voor Masaccio’s Eva. Voor haar houding wordt vaak gewezen naar Giovanni Pisano en de Venus Prudentia (een kopie naar een klassiek beeld in het Uffizi). Toch is er een opmerkelijk verschil de Eva van Masaccio lijdt echt en is vertwijfeld. Ook voor de figuur van Adam zijn vele voorbeelden genoemd. Zo lijkt de kop van de gekruisigde Christus van Donatello (Santa Croce) veel op die van Adam.

Beide fresco’s, de zondeval en de verdrijving uit het Paradijs, waren oorspronkelijk hoger. Dit is nu nog goed te zien als je naar het aangrenzende deel kijkt. Na de restauratie van 1983-1989 zijn de bladeren die in de zeventiende eeuw zijn aangebracht weer verwijderd. De fresco’s vooral de verdrijving uit het Paradijs bleken in slechte staat te zijn. Het grote kleurverschil in blauw bij de figuur Adam is niet te wijten aan een fout van de schilder. Masaccio heeft zijn kleuren in het dagdeel van Adam niet anders gemengd dan in de rest. Het verschil is eenvoudig te verklaren doordat de originele kleuren verdwenen zijn.

De Cijnspenning

Bij de opzet van het formaat van de verschillende scènes is gekozen voor vier brede liggende formaten op de zijwanden. Dit had Ghiberti bij zijn tweede paar voor het Baptisterium ook gedaan. Hij deed dit heel anders dan bij zijn eerste deur, waarbij hij met maar liefst achtentwintig kaders, in de vorm van een gotische vierpas, werkte.

Masaccio ‘De Cijnspenning’       Perspectief

Ghiberti ‘Vier scènes van Adam en Eva
Verdrijving uit het Paradijs

Bij de zogenaamde ‘Gouden Poort’, zijn tweede deur, had hij slechts tien kaders, zij het dat deze aanmerkelijk groter waren dan de vierpassen (verhaal van de ‘Gouden Poort’). Zo’n breed liggend formaat heeft grote voordelen, maar ook nadelen. Het voordeel is dat de kunstenaar een ruim podium heeft waarop hij zijn figuren, de gebouwen en het landschap kan schilderen. Bovendien sluit zo’n breed formaat ook aan bij de wijze waarop wij mensen kijken. Het grote probleem ontstaat als de kunstenaar veel verhalen moet afbeelden in een beperkt aantal kaders. In de Brancacci-kapel zijn slechts tien kaders beschikbaar voor de vele verhalen (oorspronkelijk zestien zonder het gewelf). Hoe dit op te lossen? Ghiberti beeldde vier scènes uit het scheppingsverhaal in één paneel af zoals je hieronder kunt zien. Masaccio koos een andere oplossing.

Hij gebruikte de simultaan methode. Dit betekent dat door één figuur in de voorstelling meerdere keren af te beelden je daarmee ook een tijdsverloop introduceert. Zo zie je de belastingophaler twee keer. De eerste keer als hij Christus verzoekt om belasting te betalen en de tweede keer, later in het verhaal, staat hij bij de poort en ontvangt het geld. Petrus zien we precies zoals de evangelist Matteüs (17: 27 nieuwe bijbel vertaling 2004) het beschrijft: ‘ga naar het meer, werp daar je hengel uit en haal de vis die het eerst bijt van de haak. Als je zijn bek opent, zul je een vierdrachmen stuk vinden. Neem dat mee en betaal hun voor ons allebei.’

Petrus en de vis

Christus die tot Petrus spreekt dat hij een vis moet gaan vangen, zien wij links van het midden. Petrus moet wat verbaasd hebben opgekeken van de woorden van Christus gezien zijn gefronste wenkbrauwen. De linkerhand van Petrus gebaart dat hij zal doen wat er van hem gevraagd wordt. De andere hand van Petrus wijst naar de zee waar het verhaal verder gaat. Links is Petrus te zien terwijl hij het vierdrachmen stuk uit de bek van de vis haalt. Het geldstuk is trouwens sinds de grote restauratie weer te zien. Rechts zien we opnieuw Petrus als hij betaalt. Petrus is hier ook een symbool van de kerk. Omdat hij betaalt, erkent de kerk dat zij aan de staat belasting moet betalen. De cijnspenning zou ook nog een protest zijn tegen de invoering in 1425 en 1427 van een nieuwe belasting, de catasto, in Florence. Felice de Brancacci was fel tegen deze belasting.

Petrus betaalt de cijnspenning

Het verhaal is ondanks de zeventien levensgrote figuren goed leesbaar. Het landschap als een rustige achtergrond leidt niet af van het verhaal. Het douanehuis rechts doet denken aan de loggia die Donatello eerder gehakt heeft in de predella bij zijn Sint-Joris. De lijnen van de dakranden, de kordonlijsten en de treden van de trap komen bij het gezicht van Christus bij elkaar. Hiermee wordt het oog van de kijker al snel naar het begin van het verhaal gedirigeerd. Christus staat niet in het midden van het beeldvlak, maar links daarvan. Over de opzet moet goed nagedacht zijn. Zo is de cijnspenning precies zes keer zo breed als de aangrenzende verdrijving uit het paradijs. Verder beslaat de groep apostelen rond Christus precies de helft van het geheel. Terwijl het gedeelte waar Petrus geld uit de bek van de vis haalt exact het éénzesde deel van de cijnspenning is.Het rechterdeel waar Petrus het geld aan de belastingophaler betaalt, beslaat tweezesde deel van dit fresco.Het heidense karakter van de belastingbetaler die alleen in het rechterdeel van de compositie te zien is, wordt door zijn Romeins tuniek onderstreept.

De figuren staat stevig op de grond zeker als je dit vergelijkt met manier waarop de Adam en Eva van Masolino staan. Om dit te kunnen bereiken, heeft Masaccio bij het schilderen van zijn figuren gebruik gemaakt van een handig hulpmiddel, namelijk door loodlijnen in de intonaco te krassen. Deze lijnen beginnen iets boven de hoofden en zijn precies op de as van de figuren gezet tot aan de hiel van de voet van het standbeen. Deze manier om de staande figuren op overtuigende wijze te schilderen is door Masaccio als eerste gebruikt. Dit werd later de gangbare methode in de schildersateliersKhan.

Vervolg Florence dag 5: Brancacci-kapel (Santa Maria del Carmine) IV